wetzoeker

Artikel 106 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Overgangsbepalingen

Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:

a. de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart dan wel het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven vóór de datum van inwerking treden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie»;

b. de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie»;

c. de houder van het diploma als stuurman-tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie», en

d. de houder van het kennisbewijs «schipper-machinist reizen nabij de kust», afgegeven vóór de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het «beperkt certificaat maritieme radio-communicatie», zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.

Regeling
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0013361
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl