wetzoeker

Artikel 2.3.2a Vuurwerkbesluit

Verkoop en tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk

1 Aan de ontheffing worden in ieder geval de volgende, op het afsteekterrein en de veiligheidszone betrekking hebbende voorschriften verbonden:

a. het afsteekterrein en de veiligheidszone worden ingericht overeenkomstig het veiligheidsplan en zijn goed bereikbaar voor de hulpdiensten;

b. de veiligheidsafstand bedraagt: 15 meter indien alleen grondvuurwerk wordt afgeschoten, 40 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber tot en met 1 inch wordt afgeschoten en 60 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch wordt afgeschoten; de afstanden voor luchtvuurwerk worden vermenigvuldigd met 1,5 indien dit schuin richting publiek wordt afgeschoten;

c. voordat het vuurwerk op het afsteekterrein wordt neergelegd, wordt het afsteekterrein afgesloten voor het publiek;

d. op het afsteekterrein wordt niet meer dan 200 kg verpakt vuurwerk van categorie F2 op veilige wijze en op ten minste 8 meter van de buitenrand van de veiligheidszone neergelegd en onder permanent toezicht geplaatst door de ontheffinghouder;

e. op het afsteekterrein zijn aanwezig: een afschrift van de ontheffing met de daaraan verbonden voorschriften en een afschrift van de factuur waarop het aanwezige vuurwerk staat vermeld;

f. binnen de veiligheidszone is geen open vuur aanwezig en wordt niet gerookt;

g. op het afsteekterrein zijn ten minste twee goedgekeurde handblusapparaten met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-poeder of 9 kg schuim aanwezig waarmee een beginnende brand zo snel mogelijk wordt bestreden;

h. tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone niet worden betreden door anderen dan de supervisor, de ontbranders en de toezichthouder;

i. handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand, brandgevaar of onbedoelde ontsteking zijn niet toegestaan;

j. de veiligheidszone wordt direct na afloop van het tot ontbranding brengen van het vuurwerk opgeruimd en schoon opgeleverd.

2 Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op de supervisor en de ontbranders betrekking hebbende voorschriften verbonden:

a. het vuurwerk mag tot ontbranding worden gebracht door maximaal acht in de aanvraag genoemde ontbranders die ten minste 18 jaar oud zijn;

b. de ontbranders staan onder leiding van ten minste één in de aanvraag genoemde supervisor die ten minste 18 jaar oud is;

c. de supervisor houdt tijdens de ontbranding zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats, de veiligheidszone en de ontbranders;

d. de supervisor beschikt over communicatiemiddelen waarmee contact kan worden opgenomen met hulpdiensten en toezichthouders;

e. de supervisor en de ontbranders hebben kennis over het veilig omgaan met vuurwerk;

f. de supervisor en de ontbranders dragen een vuurwerkbril en de ontbranders gebruiken een aansteeklont bij het tot ontbranding brengen van het vuurwerk;

g. de supervisor en de ontbranders zijn niet onder invloed van alcohol of andere verdovende of stimulerende middelen als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 gelezen in samenhang met artikel 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

3 Aan de ontheffing worden voorts in ieder geval de volgende, op het bezit en de wijze en het moment van tot ontbranding brengen van vuurwerk betrekking hebbende voorschriften verbonden:

a. het vuurwerk wordt uitsluitend tot ontbranding gebracht tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar;

b. het vuurwerk wordt afgestoken zoals vastgelegd in het veiligheidsplan dat bij de aanvraag is ingediend en aldus onderdeel uitmaakt van de verleende ontheffing;

c. het vuurwerk wordt niet bewerkt en wordt uitsluitend handmatig afgestoken;

d. het tot ontbranding brengen vindt plaats volgens de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad behorend bij het vuurwerkartikel, voor zover niet anders is bepaald;

e. het vuurwerk is stabiel en op de grond opgesteld, loodrecht op het grondoppervlak;

f. de ondergrond die wordt gebruikt voor het opstellen van het vuurwerk is niet brandbaar;

g. alvorens het vuurwerk tot ontbranding te brengen, wordt gecontroleerd of de minimale veiligheidsafstanden in acht worden genomen;

h. indien nabij de veiligheidszone vuurwerk anders dan fop- en schertsvuurwerk wordt afgestoken of derden de veiligheidszone betreden, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt;

i. indien weers- of andere omstandigheden het veilig tot ontbranding brengen van vuurwerk bemoeilijken of belemmeren, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt;

j. niet ontbrand vuurwerk wordt uiterlijk 1 januari 18.00 uur direct volgend op de jaarwisseling geretourneerd aan de verkoper.

Regeling
Vuurwerkbesluit
Afkortingen
VWB
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0013360
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl