wetzoeker

Artikel 9.4 Vissersvaartuigenbesluit 2002

Toepassing en omschrijvingen

Elk vissersvaartuig dat zich op zee bevindt is in staat om:

a. noodalarmering van het vaartuig naar de wal te verzenden met ten minste twee verschillende, van elkaar onafhankelijke installaties, met gebruikmaking van gescheiden radiocommunicatie systemen, uitgezonderd in de omstandigheid, bedoeld in artikel 9.7, eerste lid, onder a, en artikel 9.9, eerste lid, onder d, 3°,

b. noodalarmering van de wal naar het vaartuig te ontvangen,

c. noodalarmering van vaartuig naar vaartuig te verzenden en te ontvangen,

d. berichtgeving betreffende opsporings- en reddingscoördinatie te verzenden en te ontvangen,

e. berichtgeving op locatie te verzenden en te ontvangen,

f. de signalen ten behoeve van het opsporen van schepen, vissersvaartuigen, luchtvaartuigen of personen in nood te verzenden en, door middel van de in artikel 10.3, zesde lid, voorgeschreven radarapparatuur, te ontvangen,

g. maritieme veiligheidsinformatie te verzenden en te ontvangen,

h. algemene radioberichtgeving naar of van radiosystemen of netwerken aan de wal, te verzenden en te ontvangen, en

i. berichtgeving van brug tot brug te verzenden en te ontvangen.

Regeling
Vissersvaartuigenbesluit 2002
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0013342
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl