wetzoeker

Artikel 7 Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren

Voorschriften voor de Bedrijfsvoering van Geldtransactiekantoren met inbegrip van de integere Bedrijfsvoering

1 Op grond van het beleidsplan vormt het geldtransactiekantoor zich een oordeel over de betrouwbaarheid van de in dienst tredende en van de zittende medewerkers en het geldtransactiekantoor gaat ten minste over tot:

a. het inwinnen van inlichtingen omtrent de betrouwbaarheid van de betrokkene bij de werkgevers bij wie betrokkene de laatste vijf jaar werkzaam is geweest. Het geldtransactiekantoor vraagt van betrokkene een volmacht voor het inwinnen van deze inlichtingen;

b. het expliciet vragen aan betrokkene naar voorvallen uit het verleden die betekenis kunnen hebben voor het oordeel over de betrouwbaarheid van betrokkene;

c. het laten overleggen door betrokkene van een verklaring omtrent het gedrag in de zin van de Wet op de justitiële documentatie.

2 De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van het eerste lid en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door het geldtransactiekantoor schriftelijk vastgelegd.

3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing in het geval het geldtransactiekantoor een overeenkomst aangaat met derden, zoals bureaus voor werving en selectie, ten behoeve van het aanstellen van medewerkers voor integriteitsgevoelige functies.

Regeling
Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-10-2005
BWB-id
BWBR0013313
Versie
2005-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl