wetzoeker

Artikel 7 Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV

1 Een lid onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.

2 Het is een lid verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

3 Het is een lid in zijn ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

Regeling
Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2015
BWB-id
BWBR0013257
Versie
2015-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl