wetzoeker

Artikel 2 Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie

Afwijkend gebruik van frequentieruimte

1 De apparatuur waarmee op grond van artikel 3.22, eerste lid, van de wet een gebruik van frequentieruimte is toegestaan dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de wet voldoet aan de volgende eisen:

a. de apparatuur is voorzien van een inrichting die de nummergegevens, bedoeld in artikel 13.4, eerste lid, van de wet zodanig selecteert dat het selectieproces niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk veroorzaakt;

b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;

c. indien de apparatuur is voorzien van een inrichting die het, al dan niet in combinatie met het selectieproces, bedoeld onder a, mogelijk maakt om telecommunicatie af te luisteren of op te nemen, dient deze inrichting uitgeschakeld en vergrendeld te zijn;

d. de apparatuur is geregistreerd bij Onze Minister.

2 Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën wordt een plaats aangewezen voor de opslag van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, en wordt ervoor zorg gedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel.

Regeling
Besluit bijzondere vergaring nummergegevens telecommunicatie
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2017
BWB-id
BWBR0013213
Versie
2017-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl