wetzoeker

Vaststellingsbesluit tijdstip van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, enz.

Besluit van 13 december 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, van het tijdstip waarop enige artikelen van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervallen en van het tijdstip waarop het Tijdelijk besluit samenwerking CWI vervalt

Soort
KB
Geldend vanaf
27-12-2001
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0013178
Versie
2001-12-27_0
SHA-256 bron
dac268d6cdee3a5ae044dba7d22f8066e4877b43ba3345ee738471df1f1505da

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met dien verstande dat:

a. de artikelen 3, 4 en 5, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank, in werking treden met ingang van 1 januari 2003;

b. de artikelen 21, onderdeel f, 28 en 29, voorzover het betreft aanvragen van uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

c. de artikelen 21, onderdeel f, 28 en 29, voorzover het betreft aanvragen van toeslag op grond van de Toeslagenwet, in werking treden met ingang van 1 april 2002;

d. artikel 30, eerste lid, onderdelen f, g en l, in werking treden met ingang van 1 april 2002.

Artikel 2

De Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met dien verstande dat:

a. de artikelen 2, 10, 17, 19, 21, 22, 24, 25, 27, 28, 42, 43, 60, 61, 62, 64, 66, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 90 en 91 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

b. artikel 78, onderdelen B en Ea, voorzover het betreft de artikelen 11a, eerste lid, en 16a, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

c. artikel 43, onderdeel Za, artikel 57, onderdeel V, en artikel 81, onderdeel Bb, in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

d. artikel 46, onderdeel C, voorzover het betreft artikel 11, tweede en achtste lid, van de Toeslagenwet, in werking treedt met ingang van 1 april 2002;

e. de artikelen 48, onderdeel D, 50, onderdeel C, en 52, onderdeel D, in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;

f. artikel 61, onderdeel J, in werking treedt met ingang van 1 april 2002.

Artikel 3

Het Tijdelijk besluit samenwerking CWI vervalt met ingang van 1 januari 2002.