wetzoeker

3 — Ambtstoelage in relatie met het jaarinkomen dat aan het ABP wordt verstrekt Ambtstoelage burgemeesters

Ambtstoelage in relatie met het jaarinkomen dat aan het ABP wordt verstrekt

De ambtstoelage mag niet worden meegenomen bij de vaststelling van het jaarinkomen dat jaarlijks aan het ABP wordt verstrekt.

In dat kader wijs ik u op het volgende.

Op grond van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP wordt onder inkomen verstaan het tot een jaarbedrag te herleiden vast salaris dat op 1 januari van het desbetreffende jaar voor de deelnemer geldt, vermeerderd met de vakantie-uitkering over dat salaris.

Naast het vaste salaris en de daarbij behorende vakantie-uitkering dienen vaste toelagen eveneens te worden betrokken bij de vaststelling van het jaarinkomen. Dit voor zover de toelagen als beloning voor verrichtte arbeid gelden en niet op grond van een kostenvergoeding ter compensatie van door de deelnemer (werknemer) gemaakte kosten worden verstrekt.

Het jaarinkomen vormt de basis voor de berekeningsgrondslag waarnaar de pensioenaanspraken worden berekend.

De ambtstoelage heeft het karakter van een onkostenvergoeding. Het feit dat de ambtstoelage is gebruteerd en onderhevig aan belastingwetgeving doet daaraan niets af.

Op grond daarvan mag de ambtstoelage niet worden meegenomen bij de vaststelling van het jaarinkomen dat jaarlijks aan ABP wordt verstrekt.

In 2001 is dat in een aantal gevallen wel gebeurd. In voorkomend geval dient dit te worden gecorrigeerd. Om deze correctie te realiseren moet contact worden opgenomen met het ABP.

Contactpersoon bij het ABP voor deze aangelegenheid is de heer B. Cordewener, telefonisch te bereiken onder nummer 045 - 579 45 52.

Regeling
Ambtstoelage burgemeesters
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0013145
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl