wetzoeker

Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers

Besluit van 10 december 2001, houdende bepalingen inzake het afleggen van de eed of belofte door en de vergoeding van buitengriffiers en waarnemend griffiers (Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
15-02-2020
Afkortingen
Bbvbwg
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0013133
Versie
2020-02-15_0
SHA-256 bron
ae17780fe8dfbd1a52b7141b3fa3ca5b5ae6204d0fb2a2579e0463d19f7c6ff6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een buitengriffier of waarnemend griffier

Artikel 1

1 De buitengriffier, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, legt de eed of belofte af ten overstaan van het bestuur van het gerecht. Bij het afleggen van de eed of belofte is een getuige aanwezig. De eed of belofte wordt afgelegd volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

2 Na het afleggen van de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, wordt het formulier ondertekend door de buitengriffier, de getuige en een lid van het bestuur ten overstaan van wie de eed of belofte is afgelegd.

3 Het bestuur van het gerecht houdt een register bij waarin de formulieren betreffende de door de buitengriffiers afgelegde eed of belofte worden bewaard.

4 De buitengriffier ontvangt van het bestuur van het gerecht een afschrift van het formulier betreffende de door hem afgelegde eed of belofte.

Artikel 2

1 De waarnemend griffier, bedoeld in artikel 73, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, legt de eed of belofte af ten overstaan van de president van de Hoge Raad. Bij het afleggen van de eed of belofte is een getuige aanwezig. De eed of belofte wordt afgelegd volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

2 Na het afleggen van de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, wordt het formulier ondertekend door de waarnemend griffier, de getuige en de president van de Hoge Raad.

3 De president van de Hoge Raad houdt een register bij waarin de formulieren betreffende de door de waarnemend griffiers afgelegde eed of belofte worden bewaard.

4 De waarnemend griffier ontvangt van de president een afschrift van het formulier betreffende de door hem afgelegde eed of belofte.

Artikel 3

1 De buitengriffier, bedoeld in artikel 1, en de waarnemend griffier, bedoeld in artikel 2, ontvangt een vergoeding per zitting. Zittingen die op één dag worden gehouden, worden samen als één zitting beschouwd.

2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend indien de buitengriffier of de waarnemend griffier bij het gerecht werkzaam is op basis van een stage of uitzendovereenkomst, als rechterlijk ambtenaar salaris geniet overeenkomstig het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, dan wel dan wel als ambtenaar werkzaam bij een gerecht of het openbaar ministerie salaris geniet krachtens arbeidsovereenkomst.

3 Onze Minister stelt regels ten aanzien van de hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding.

Artikel 4

De Regeling vergoeding waarnemende griffiers rechterlijke macht wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers.

Bijlage — als bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, en 2, eerste lid, van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers › Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een buitengriffier of waarnemend griffier

Formulier voor het afleggen van de eed of belofte door een buitengriffier of waarnemend griffier

Ik zweer/beloof dat ik gegevens waarover ik als buitengriffier/waarnemend griffier de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijke karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn taak als buitengriffier/waarnemend griffier de noodzaak tot mededeling voortvloeit, geheim zal houden.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!

Op ......................., werd te ........................

ten overstaan van (1) ..............................., en

in tegenwoordigheid van (2) ........................

door (3) ..................................

de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.

(1) .............................

(2) .............................

(3) .............................