wetzoeker

Vaststellingsbesluit tijdstip van inwerkingtreding van de Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet (recht van keuze voor ouderdomspensioen i.p.v. nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen)

Besluit van 3 december 2001 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 21 december 2000 houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen)

Soort
KB
Geldend vanaf
13-12-2001
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0013073
Versie
2001-12-13_0
SHA-256 bron
605c9b31602cc00a0d12b28e78415c74d9e940230b87f3c5c5412645661029fc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Enig artikel

1 De artikelen van de Wet van 21 december 2000 houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen) (Stb. 625), met uitzondering van artikel I, onderdeel A, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e, voorzover het betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage of voorzover het betreft voorzieningen als bedoeld in het tweede lid en artikel II, treden in werking met ingang van 1 januari 2002.

2 Artikel I, onderdeel B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, en onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdelen d en e van de Wet van 21 december 2000 houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen) (Stb. 625), voorzover het betreft voorzieningen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet waarbij een zodanig pensioen is toegezegd dat op individueel niveau wordt gestreefd naar een pensioen dat wordt bepaald op basis van het salaris en de diensttijd van de betrokkene en ter dekking waarvan een of meer kapitaalverzekeringen met pensioenclausule worden gesloten met dien verstande dat bij die voorziening zodanige voorbehouden gelden dat de betrokkene slechts aanspraak kan maken op het pensioen dat aan de hand van de op de uitkeringsdatum geldende tarieven aangekocht kan worden met het alsdan opgebouwde kapitaal, treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.