wetzoeker

Artikel 5 Regeling specifieke uitkering Incodelta Zuid-Nederland

1 De provincie Limburg legt aan de minister over:

a. voor 15 maart 2002 een mededeling inhoudende dat de verstrekte uitkering overeenkomstig de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

b. voor 15 maart 2004 een inhoudelijk verslag over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

c. voor 15 maart 2004 een financiële verantwoording over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2 De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in elk geval:

a. een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit;

b. een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet.

3 De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

4 De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van een door de minister vast te stellen controleprotocol.

5 De minister stelt de uitkering vast voor 15 juli 2004.

6 De artikelen 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c, en 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Regeling specifieke uitkering Incodelta Zuid-Nederland
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0013068
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl