wetzoeker

B.72 — Negatieve persoonlijke verplichtingen over niet-afgetrokken premies Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)

Negatieve persoonlijke verplichtingen over niet-afgetrokken premies

Vraag

In art. 45c, tweede lid, Wet IB 1964 is bepaald dat, voor zover hier relevant, als negatieve persoonlijke verplichting in aanmerking worden genomen premies die voor aftrek als persoonlijke verplichting in aanmerking zijn gekomen. Gaat het hierbij om premies die in aftrek zijn gebracht als persoonlijke verplichting of om premie die in aftrek konden worden gebracht binnen de mogelijkheden van art. 45a Wet IB 1964?

Antwoord

Ingevolge de systematiek van de Wet IB 1964 gaat het om de premies die voor aftrek in aanmerking konden komen. Er zij op gewezen dat als premies niet daadwerkelijk in aftrek zijn gebracht, op grond van het Besluit van 29 juni 1990, BNB1990/341 tot vijf jaren terug op verzoek ambtshalve vermindering wordt verleend. Voor oudere jaren wordt ervan uitgegaan dat de betaalde premies als persoonlijke verplichting in aftrek zijn gebracht. Eerst indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de premies niet in aftrek zijn gekomen, geldt op grond van het besluit de zogenoemde verruimde saldomethode. In het verlengde daarvan is het redelijk die niet-afgetrokken premies onder dezelfde voorwaarden niet voor de berekening van de fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen in aanmerking te nemen.

Regeling
Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-11-2001
BWB-id
BWBR0013055
Versie
2001-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl