wetzoeker

B.71 — Combinatie oudedags- en nabestaandenlijfrente; afkoop nabestaandenlijfrente Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)

Combinatie oudedags- en nabestaandenlijfrente; afkoop nabestaandenlijfrente

Vraag

Er is een combinatie van een oudedags- en een nabestaandenlijfrente afgesloten. De premie die toe te rekenen is aan de oudedagslijfrente bedraagt 8.000 en de premie die toe te rekenen is aan de nabestaandenlijfrente bedraagt 2.000. De premie is geheel als persoonlijke verplichting in aanmerking genomen. Als de begunstigde na het overlijden van de verzekerde de nabestaandenlijfrente afkoopt, tot welk bedrag worden dan fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen in aanmerking genomen? En op welke wijze wordt de afkoopsom belast?

Antwoord

Ter zake van de fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen geldt het volgende. Voor de toepassing van art. 45c, tweede lid, Wet IB 1964 en art. 30d, derde lid, AWR wordt uitsluitend rekening gehouden met ( het deel van) de premie die (dat) is betaald voor de aanspraak waarmee een handeling plaatsvindt als bedoeld in art. 45c, tweede lid, Wet IB 1964. Het antwoord op de vraag is dan dat ten gevolge van de afkoop van de nabestaandenlijfrente 2.000 als fictieve negatieve persoonlijke verplichting in aanmerking wordt genomen. Zou de waarde in het economisch verkeer van de nabestaandenlijfrente lager zijn dan 2.000, dan is het bedrag van de fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen beperkt tot dit lagere bedrag.

Ook ter zake van de belastingheffing over de afkoopsom wordt bij de toepassing van art. 25, eerste lid, onderdeel g, Wet IB 1964 uitsluitend rekening gehouden met de premie die is betaald voor de aanspraak waaruit de uitkering voortvloeit.

Regeling
Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-11-2001
BWB-id
BWBR0013055
Versie
2001-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl