wetzoeker

B.70 — Afkoop nabestaandenlijfrente; hoogte negatieve persoonlijke verplichtingen Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)

Afkoop nabestaandenlijfrente; hoogte negatieve persoonlijke verplichtingen

Vraag

Als bij een nabestaandenlijfrente de verzekerde persoon overlijdt, expireert de in de polis genoemde rekengrootheid voor de uitkering van de lijfrente. Indien een begunstigde voor een nabestaandenlijfrente afziet van de lijfrente op het moment dat de uitkeringen moeten gaan lopen en in de plaats daarvan voor een uitkering ineens kiest, tot welk bedrag worden dan fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen in aanmerking genomen?

Antwoord

Als een begunstigde van een nabestaandenlijfrente na het overlijden in plaats van een nabestaandenlijfrente kiest voor een uitkering ineens, dan wordt dit aangemerkt als een afkoop van de nabestaandenlijfrente. Een dergelijk afkoop van een nabestaandenlijfrente wordt geacht een afkoop van een ingegane nabestaandenlijfrente te zijn. Een nabestaandenlijfrente moet immers direct bij het overlijden ingaan. Als negatieve persoonlijke verplichting worden in aanmerking genomen de premies voor de nabestaandenlijfrente die voor aftrek als persoonlijke verplichting in aanmerking zijn gekomen. Ingevolge art. 45c, vierde lid, Wet IB 1964 wordt het in aanmerking te nemen bedrag van de premies beperkt tot de waarde in het economisch verkeer van de lijfrente als de termijnen van het recht zijn ingegaan.

Regeling
Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
29-11-2001
BWB-id
BWBR0013055
Versie
2001-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl