wetzoeker

Les 1 Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001

Aantal uren zelfstudie of onderricht/instructie: ca. 6

De cursist:

• weet waar het ATIS systeem voor dient en weet hoe de ontvangstbevestiging dient te worden aangegeven;

• weet hoe te handelen indien het onmogelijk is gebleken de ATIS-informatie te ontvangen;

• heeft kennis van de zendtechnieken en weet:

1. hoe en welke berichten dienen te worden teruggelezen en bij welke berichten mag worden volstaan met wilco, roger of het noemen van de roepnaam;

2. wanneer de roepnaam van het luchtvaarttuig in antwoord op de verkeersleiding achteraan geplaatst wordt;

3. wanneer een transponder geactiveerd dient te zijn en welke instellingen daarbij van toepassing zijn.

• kent het spellingsalfabet en de uitspraak van cijfers en getallen, inclusief de daarbij behorende uitzonderingen;

• weet hoe frequenties dienen te worden uitgesproken met betrekking tot het aantal cijfers achter het decimaalteken;

• weet hoe afkortingen en termen dienen te worden uitgesproken;

• kent de betekenis van de door ICAO in Annex 10 Volume II chapter 5 gepubliceerde ‘Standard words and phrases’ en kan deze interpreteren;

• kent het verschil kennen met betrekking tot het gebruik van de woorden ‘Stand-by’ en ‘Monitor’;

• weet welke meeteenheden van toepassing zijn voor: afstanden gebruikt bij navigatie en positiemelding; korte afstanden zoals baanlengte;

horizontale snelheid en windsnelheid; verticale snelheid; hoogtemeterinstellingen; lucht- en dauwpunttemperatuur;

• weet welke referentierichting van toepassing is voor de windrichting in relatie met opstijgen en landen;

• weet hoe tijdstippen, tijdsduren, geografische posities en baanaanduidingen worden uitgesproken alsook de aanduidingen van veel voorkomende vliegtuigtypes;

• weet hoe roepnamen van luchtvaartuigstations worden samengesteld en hoe en wanneer deze mogen worden verkort;

• weet welke fraseologie kan worden toegepast door een luchtvaartgrondstation om (tijdelijk) een roepnaam te wijzigen;

• weet hoe roepnamen van grondstations worden samengesteld en welke ‘suffixen’ van toepassing kunnen zijn;

• weet wanneer de roepnaam van een grondstation mag worden verkort dan wel geheel mag worden weggelaten;

• weet hoe contact moet worden gemaakt met een grondstation;

• weet hoe een frequentiewisseling wordt aangegeven en wordt teruggelezen;

• weet hoe een proefoproep dient te worden uitgevoerd en wat de betekenis van de getallen van de leesbaarheidsschaal is;

• weet hoe te handelen indien men niet zeker is dat men wordt opgeroepen;

• weet welke fraseologie van toepassing is indien men weet dat men wordt opgeroepen maar niet weet door wie.

Vertrekkende vlucht van een gecontroleerd luchtvaartterrein in Nederland met de intentie om circuit te vliegen.

De cursist:

• weet hoe een eerste verbinding tot stand moet worden gebracht gebruikmakend van roepnaam van luchtvaarttuig en grondstation;

• kan de informatie opsommen die na het contact maken moet worden verstrekt;

• weet dat bij starten vanaf en landen op militaire luchtvaartterreinen het aantal ‘Persons on board’ dient te worden doorgegeven;

• weet dat er op gecontroleerde luchtvaartterreinen toestemming voor het starten van de motoren moet worden aangevraagd, weet hoe en bij bevestigd;

• weet dat er op gecontroleerde luchtvaartterreinen toestemming om te taxiën moet worden aangevraagd, weet hoe en bij wie deze toestemming moet worden aangevraagd en hoe deze moet worden bevestigd;

• weet hoe taxibanen worden aangeduid, wat een holding point is en hoe een ‘runway holding position’ wordt aangeduid;

• weet het verschil tussen het gebruik van de woorden ‘departure’ en ‘take-off’;

• kent de diverse ‘line-up’ klaringen en weet hoe deze moeten worden teruggelezen;

• weet wat een ‘intersection departure’ inhoudt;

• kan ‘take-off’ klaringen interpreteren en weet hoe deze moeten worden teruggelezen;

• weet hoe de instructies voor het afbreken van de start en het annuleren van de ‘take off’ klaring luiden en hoe deze moeten worden teruggelezen;

• weet hoe een circuit moet worden gevlogen en wat daarbij de verplichte meldingen zijn;

• kent de opdrachten ‘Extend downwind’, ‘Go around’, ‘Touch and Go’, ‘360 turn’ en ‘270 turn’ en weet hoe deze moeten worden teruggelezen;

• kan de landingsklaringen interpreteren, weet hoe deze moeten worden teruggelezen en kan informatie betreffende de landing bevestigen en interpreteren;

• kan de gepubliceerde procedures ten aanzien van de frequentie-overdracht, waaronder ‘automatic frequency change’ na landing, en het verlaten van de baan interpreteren en kan de daaruit voortvloeiende meldingen uitvoeren.

DE VOLGENDE PRAKTISCHE OEFENINGEN WORDEN IN LES 1 GEOEFEND

Aantal lesuren: ca. 3

• Spellingsoefeningen met alle uitzonderingen.

• Contact maken en uitvoeren proefoproep.

• Oefening van een vertrekkende vlucht op een gecontroleerd luchtvaartterreinen waarna circuit wordt gevlogen. Hierbij wordt de radiotelefonie uitgevoerd als zou het een daadwerkelijke vlucht zijn.

Regeling
Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0012923
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl