wetzoeker

Besluit instelling commissie opperbevelhebberschap

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-10-2001
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0012863
Versie
2001-10-03_0
SHA-256 bron
6a88173999cb94213c9d4b10fb5c090ca5442ebedb243f98379ef3b8acc89089

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

Er is een commissie opperbevelhebberschap.

Artikel 2

1 De commissie heeft tot taak de Minister van Defensie te adviseren over de vraag of het wenselijk dan wel noodzakelijk is een opperbevelhebber aan het hoofd van de bevelstructuur te plaatsen, alsmede de Minister van Defensie te adviseren omtrent de mogelijke vormgeving van het opperbevelhebberschap.

2 Het advies zal in ieder geval bevatten:

a) een verkenning van de ontwikkeling in taken en bevoegdheden van de chef defensiestaf, in het bijzonder met betrekking tot de verschillende soorten te onderkennen militaire operaties;

b) een verkenning van de situatie ten aanzien van de bevelstructuur, respectievelijk het opperbevelhebberschap in het buitenland alsmede een verkenning omtrent de vraag hoe een opperbevelhebberschap zich verhoudt tot verdere militaire integratie binnen Europa;

c) een verslag van de opgedane ervaring met het opperbevelhebberschap in Nederland;

d) een analyse van de verhouding tussen het opperbevelhebberschap enerzijds en de Grondwet en de ministeriële verantwoordelijkheid anderzijds;

e) de consequenties van de verschillende vormen van het opperbevelhebberschap voor de rol en positie van de bevelhebbers, van de ambtenaren van het kerndepartement en voor processen als planning, begroting en verwerving.

Artikel 3

1 De commissie bestaat uit een voorzitter en drie andere leden.

2 De leden van de commissie worden door de Minister van Defensie benoemd en ontslagen.

Artikel 4

De leden van de adviescommissie en haar secretariaat zijn gehouden omtrent alle geclassificeerde gegevens, die door hun werkzaamheden voor de adviescommissie bekend worden, geheimhouding te betrachten.

Artikel 5

1 De commissie streeft er naar haar advies voor 1 maart 2002 uit te brengen aan de Minister van Defensie.

2 Na het uitbrengen van het advies is de commissie opgeheven.

Artikel 6

De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Defensie.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling commissie opperbevelhebberschap.