wetzoeker

Artikel 12 Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen

Meldplicht

1 Het personeelslid of de medewerker die geweld heeft gebruikt, of vrijheidsbeperkende middelen heeft aangewend, of een geweldsmiddel heeft gebruikt, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de directeur of selectiefunctionaris. De schriftelijke melding dient duidelijkheid te verschaffen over de redenen, die tot het aanwenden van geweld hebben geleid, de daaruit voortvloeiende gevolgen en op wiens last dit aanwenden van geweld heeft plaatsgevonden.

2 De directeur of de selectiefunctionaris wint, in geval van mogelijk lichamelijk letsel of ingeval een wapenstok, een vuurwapen, CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen gebruikt zijn, zo spoedig mogelijk advies in bij een arts.

3 Indien de aanwending van het geweld of vrijheidsbeperkende middelen bij een jeugdige heeft geleid tot mogelijk lichamelijk letsel en in alle gevallen waarin van een vuurwapen, een wapenstok of CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen gebruik is gemaakt, wordt de melding, bedoeld in het eerste lid, tevens ter kennis gebracht van de Hoofddirecteur van de Minister van Veiligheid en Justitie en het Openbaar Ministerie.

4 De melding, bedoeld in het eerste en derde lid, geschiedt in de vorm van een rapport indien:

a. de gevolgen van het aangewende geweld of vrijheidsbeperkende middel daartoe, naar het oordeel van de meerdere, aanleiding geven, of

b. gebruik is gemaakt van geweld of van enig geweldsmiddel en daardoor lichamelijk letsel dan wel de dood veroorzaakt is.

5 De directeur van de inrichting stelt de commissie van toezicht in kennis van de melding, bedoeld in het derde lid.

Regeling
Regeling geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen
Afkortingen
Rgjj
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
05-02-2026
BWB-id
BWBR0012745
Versie
2026-02-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl