wetzoeker

Artikel 4 Regeling urine onderzoek jeugdigen

1 De directeur kan besluiten de urine afkomstig uit één buis te gebruiken voor een indicatieonderzoek. Indien de directeur hiertoe besluit, vindt het indicatieonderzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 24 uur na afname van de urine plaats.

2 De urine afkomstig uit de voor het indicatieonderzoek gebruikte buis wordt niet gebruikt ten behoeve van een urineonderzoek, herhalingsonderzoek of bevestigingsonderzoek.

3 De uitslag van het indicatieonderzoek wordt aan de jeugdige medegedeeld. Indien de uitslag van het indicatieonderzoek op mogelijk gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen duidt, wordt de uitslag met de jeugdige besproken.

4 Ongeacht de uitslag van het indicatie onderzoek kan de directeur besluiten tot het doen plaatsvinden van een urine onderzoek. De directeur doet zulks in elk geval op verzoek van de jeugdige indien de uitslag van het indicatie onderzoek duidt op mogelijk gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen.

5 De uitslag van het indicatie onderzoek wordt aan de jeugdige medegedeeld.

Regeling
Regeling urine onderzoek jeugdigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2011
BWB-id
BWBR0012738
Versie
2011-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl