wetzoeker

Wet tot het stellen van nadere regels in verband met introductie toeslagregeling ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede actualiseren van die wetten

Wet van 16 juli 2001 tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2013
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0012698
Versie
2013-01-01_0
SHA-256 bron
89632454522817216da5b687657e08567a60bb4797ca3a41b8531491e5af6379

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

1 In afwijking van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen, heeft degene die op 31 december 2000 recht heeft op een Indonesisch pensioen, een Nieuw-Guinea pensioen, of een Surinaams garantiepensioen, waarop de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956, de Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960, de Wet van 25 mei 1962, houdende instelling van een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea, de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps, de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen en de Garantiewet Surinaamse pensioenen van toepassing is, en wiens recht op 1 januari 2001 voortduurt, zolang hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, recht op een toeslag:

a. ter grootte van 5,6% van dat pensioen, of die uitkering, met een maximum van € 2066,97 per jaar, indien dat recht op dat pensioen, of die uitkering reeds voor 1 januari 1999 bestond;

b. ter grootte van 1,9% van dat pensioen, of die uitkering, met een maximum van € 791,85 per jaar, indien dat recht op dat pensioen, of die uitkering is ontstaan op of na 1 januari 1999.

2 Voor de toepassing van de bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde wetten of genoemde regeling wordt de toeslag krachtens dit artikel niet onder pensioen of uitkering begrepen.

3 Bij koninklijk besluit worden in afwijking van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen lonen regels gesteld ten aanzien van de toeslag op een na 31 december 2000 ontstaan recht op pensioen waarop de Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen van toepassing is.

Artikel 2

Wijzigt de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956.

Artikel 3

Wijzigt de Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960.

Artikel 4

Wijzigt de Wet van 25 mei 1962, houdende instelling van een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren, dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea.

Artikel 5

Wijzigt de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps.

Artikel 6

Wijzigt de Garantiewet Surinaamse pensioenen.

Artikel 7

Wijzigt deze wet, de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps, de Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960 en de Garantiewet Surinaamse pensioenen.

Artikel 8

Als het voorstel van de Aanpassingswet Euro inwerking treedt op een datum liggende voor de datum waarop deze wet inwerking treedt, komen de onderdelen B en C van Artikel 2 te vervallen.

Artikel 9

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug:

a. tot en met 1 januari 2001 voor wat betreft Artikel 1, Artikel 2, Artikel 3, onderdelen A en B, punt 3 van onderdeel F, onderdeel N, punt 5 van onderdeel P, onderdeel Q, onderdeel T, Artikel 4, onderdeel A, Artikel 5, onderdeel C, punt 3 van onderdeel E, het artikel 19a genoemd in onderdeel G, punt 1b en punt 2 van onderdeel H, punt 2 van onderdeel I, onderdelen M en N, Artikel 6, onderdelen A en C;

b. tot en met 1 januari 1998 voor wat betreft Artikel 3, het artikel 27b genoemd in onderdeel S en Artikel 5, het artikel 19c genoemd in onderdeel G;

c. tot en met 1 juli 1996 voor wat betreft: Artikel 3, de onderdelen C tot en met E, de punten 1 en 2 van onderdeel F, onderdelen G tot en met M, onderdeel O, de punten 1 tot en met 4 van onderdeel P, onderdeel R en de artikelen 27a en 27c genoemd in onderdeel S, Artikel 4, onderdeel B, Artikel 5, de onderdelen A en B, onderdeel D, de punten 1 en 2 van onderdeel E, onderdeel F, de artikelen 19b en 19d genoemd in onderdeel G, punt 1a van onderdeel H, punt 1 van onderdeel I, onderdelen J tot en met L en Artikel 6, onderdeel B.