wetzoeker

XI — De aanbeveling van de raad Procedureregels bij burgemeestersbenoemingen

De aanbeveling van de raad

1. De raad zendt een aanbeveling inzake de benoeming aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen vier maanden nadat de gelegenheid tot sollicitatie voor de functie is gegeven, of, indien een raadplegend referendum ten behoeve van de aanbeveling is gehouden, binnen een maand nadat het raadplegend referendum is gehouden.

2. Bij het opstellen van de aanbeveling betrekt de raad de bevindingen van de vertrouwenscommissie en, indien overeenkomstig de in X gestelde eisen een raadplegend referendum is gehouden, de uitkomst van deze raadpleging. Het op schrift gesteld oordeel van de vertrouwenscommissie voegt hij bij zijn aanbeveling.

3. Overeenkomstig artikel 61, vijfde lid, van de Gemeentewet omvat de aanbeveling twee personen. In bijzondere, door de raad te motiveren gevallen, kan worden volstaan met een aanbeveling waarop één persoon staat vermeld.

4. In het licht van haar totstandkomingsgeschiedenis moet artikel 61, vijfde lid, als volgt worden uitgelegd:

(a) Het uitgangspunt is de aanbeveling van twee personen, de meervoudige aanbeveling;

(b) Alleen in bijzondere gevallen mag de gemeenteraad een enkelvoud ige aanbeveling vaststellen. Van een bijzonder geval kan alleen sprake zijn bij herindeling en bij aan overmacht grenzende situaties, bijvoorbeeld de omstandigheid dat een kandidaat overlijdt of ernstig ziek wordt, of wanneer een kandidaat zich terugtrekt zodat de facto maar één kandidaat overblijft;

(c) In geen geval mogen politieke, beleidsmatige of bestuurlijke overwegingen een leidraad voor de raad vormen om af te wijken van het wettelijk vereiste dat de aanbeveling twee personen omvat;

(d) De minister zal bij ontvangst van een enkelvoudige aanbeveling de door de raad gegeven motivering toetsen op de aanwezigheid van een bijzonder geval, zoals in het artikel bedoeld. Onverlet de algemene bevoegdheid van de minister om van de aan hem gedane aanbeveling gemotiveerd af te wijken (zie XII), zal hij op een enkelvoudige aanbeveling die niet voldoet aan de criteria van een bijzonder geval geen acht slaan.

5. De raad stelt elke op de aanbeveling geplaatste kandidaat op de hoogte van het feit dat hij of zij op de aanbeveling staat die aan de minister wordt gezonden. De raad stelt de andere door de commissie ontvangen sollicitanten schriftelijk op de hoogte van het feit dat zij niet op de aanbeveling zijn geplaatst.

6. De raad verstrekt bij zijn aanbeveling aan de minister de sollicitatiebrieven van de aanbevolen kandidaten, de lijst van sollicitanten, de namen van de door de commissaris geselecteerde kandidaten, de profielschets en het verslag van de profielschetsvergadering, het verslag van bevindingen en de concept-aanbeveling van de vertrouwenscommissie, de uitkomst van het referendum indien gehouden, het verslag van de beraadslagingen van de raadsvergadering waarin de aanbeveling is vastgesteld, alsmede overige voor de beoordeling van de aanbeveling relevante informatie.

7. Ten aanzien van de beraadslagingen in de raad over het verslag van de vertrouwenscommissie en de stukken die door de vertrouwenscommissie aan de raad worden gezonden dan wel de stukken die bij de aanbeveling door de raad aan de minister worden gezonden geldt een geheimhoudingsplicht. Het besluit tot vaststelling van de aanbeveling kan desgewenst in het openbaar - zonder dat daarover beraadslaagd wordt - worden vastgesteld. De aanbeveling van de raad is openbaar.

8. Zodra de raad zijn aanbeveling heeft vastgesteld rapporteert de commissaris aan de minister over de inhoud en het verloop van de procedure. Daarbij gaat hij in op zijn overleg met de raad.

Regeling
Procedureregels bij burgemeestersbenoemingen
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-08-2001
BWB-id
BWBR0012683
Versie
2001-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl