wetzoeker

Rijkswet houdende goedkeuring Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof

Rijkswet van 5 juli 2001, houdende goedkeuring van het op 17 juli 1998 totstandgekomen Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
18-07-2001
Rechtsgebied
Internationaal strafrecht, Strafrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBR0012646
Versie
2001-07-18_0
SHA-256 bron
d09915c83cbf7ab083eda1ec246e25a209a84cf7e2e0eebcd7f6d76054fb770a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

Het op 17 juli 1998 totstandgekomen Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, waarvan de definitieve tekst en de vertaling in het Nederlands zijn geplaatst in Tractatenblad 2000, 120, wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 2

De goedkeuring, bedoeld in het vorige artikel, geschiedt voor zover nodig met inachtneming van het bepaalde in artikel 91, derde lid, van de Grondwet.

Artikel 3

Tenzij de desbetreffende verdragswijziging afwijkt van de Grondwet of tot zodanig afwijken noodzaakt, is de goedkeuring door de Staten-Generaal van wijzigingen van het artikel 1 genoemde verdrag als bedoeld in artikel 121 – behoudens de in het vijfde lid genoemde wijzigingen – en artikel 123 van dat verdrag niet vereist, indien de in het vierde lid van artikel 121 van dat verdrag genoemde nederlegging van akten van bekrachtiging of aanvaarding door zeven achtste van de verdragspartijen – andere dan het Koninkrijk – heeft plaatsgevonden.

Artikel 4

Tenzij de desbetreffende verdragswijziging afwijkt van de Grondwet of tot zodanig afwijken noodzaakt, is de goedkeuring door de Staten-Generaal van wijzigingen van het in artikel 1 genoemde verdrag als bedoeld in artikel 122 van dat verdrag niet vereist, indien deze worden aangenomen door een Herzieningsconferentie.

Artikel 5

Onze Minister van Buitenlandse Zaken zendt de agenda van een bijeenkomst van de Vergadering van Staten, bedoeld in artikel 112 van het in artikel 1 bedoelde verdrag, ten minste twee weken voor die bijeenkomst aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 6

De rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.