wetzoeker

Artikel 8 Regeling boorduitrusting

In afwijking van deel 13 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012 geldt de verplichting tot het inschakelen van de SSR-transponder gedurende de gehele vlucht, indien het luchtvaartuig is voorzien van een bruikbare SSR-transponder, ongeacht of het luchtvaartuig zich binnen luchtruim bevindt waar de SSR-transponder is voorgeschreven, niet voor gezagvoerders van militaire luchtvaartuigen behorende tot de Nederlandse en bondgenootschappelijke krijgsmachten, mits:

1°. de vlucht wordt uitgevoerd in de militaire oefengebieden, genoemd in artikel 2 van de Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden 2018;

2°. deze gezagvoerders, na daartoe opdracht te hebben gekregen van de luchtverkeers- of gevechtsleiding voorafgaand aan de uitvoering van vluchten in de onder 1° bedoelde gebieden, de SSR-transponder in mode 3/A in werking hebben gesteld.

Regeling
Regeling boorduitrusting
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0012538
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl