wetzoeker

Artikel 2.2 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Algemeen

1 Op tegemoetkoming kan aanspraak bestaan indien de aanvrager:

a. de Nederlandse nationaliteit bezit,

b. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de tegemoetkoming met een Nederlander wordt gelijkgesteld, of

c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen groep van personen die op het terrein van de tegemoetkoming met Nederlanders worden gelijkgesteld.

2 Voor de toepassing van de hoofdstukken 4 en 5 geldt in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, dat de aanvrager in Nederland woont, tenzij deze voorwaarde niet mag worden gesteld op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in verband met een goede uitvoering van dit lid.

3 Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte en de vorm van deze tegemoetkoming.

4 Bij algemene maatregel van bestuur kan ten gunste van de ho-student worden afgeweken van het eerste lid.

Regeling
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Afkortingen
WTOS
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0012438
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl