wetzoeker

3 — Omvang van het budget per school Schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning per 1 augustus 2001

Omvang van het budget per school

De omvang van het budget wordt per school vastgesteld op basis van

a. het aantal leerlingen; en

b. het schoolgewicht of het aantal cumi-leerlingen.

Tenzij in deze publicatie anders is aangegeven wordt bij het bepalen van het aantal leerlingen uitgegaan van het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar bezocht

3 Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van basisscholen overeenkomstig artikel 121 van de WPO vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden. Bij rijdende scholen en scholen voor ligplaatsonderwijs wordt uitgegaan van de 'gemiddelde hoogste dagtelling' als bedoeld in artikel B16L respectievelijk C15L van het Besluit trekkende bevolking WPO.

5 Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van speciale scholen voor basisonderwijs overeenkomstig artikel 122 van de WPO vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden.

6 Het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, bedoeld in artikel 11 van het formatiebesluit WPO.

7 Tenzij anders aangegeven wordt het aantal in deze publicatie bedoelde leerlingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs overeenkomstig artikel 118 van de WEC vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het definitieve door de accountant vastgestelde leerlingaantal daarvan afwijkt, kan een herrekening van de omvang van het budget plaatsvinden.

8 Het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, bedoeld in artikel 11 van het formatiebesluit WEC.

.

Bij de integratie van budgetten die in deze publicatie wordt beschreven is het uitgangspunt gehanteerd dat het nieuwe budget op schoolniveau niet lager mag zijn dan het totaal van de budgetten wanneer zij afzonderlijk zouden zijn toegekend. Om dat doel te bereiken is voor basisscholen een kleinescholentoeslag noodzakelijk. Deze toeslag compenseert de gevolgen van toekenning aan die scholen van de huidige nascholings en IPB-middelen op basis van het formatiebudget dat voor elke school een minimale omvang heeft.

Ook bij scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs zouden er negatieve effecten kunnen ontstaan als gevolg van de wijze waarop op dit moment de omvang van het nascholingsbudget wordt berekend. Om die reden is de omvang van het schoolbudget van deze scholen mede afhankelijk van het aantal ambulant begeleide leerlingen en van de schoolsoort.

Regeling
Schoolbudget voor ontwikkeling en ondersteuning per 1 augustus 2001
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-08-2001
BWB-id
BWBR0012388
Versie
2001-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl