wetzoeker

3.6 — Ontheffing geheimhoudingsplicht Gedragslijn bij strafbare feiten begaan door ambtenaren van de Belastingdienst in functie

Ontheffing geheimhoudingsplicht

Alle beschikbare informatie over een belastingplichtige valt onder de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de AWR. Verstrekking van die informatie voor een ander doel dan uitvoering van de belastingwetten is slechts mogelijk indien daartoe een wettelijke verplichting bestaat of door de staatssecretaris ontheffing van de geheimhoudingsplicht is verleend.

In het eerste geval is geen ontheffing nodig. De wettelijke verplichting wordt gevormd door de aangifteplicht van de in art. 160 en 162 van het Wetboek van Strafvordering omschreven misdrijven. Bij een schriftelijk verzoek om informatie van de Officier van Justitie behoeft evenmin ontheffing te worden verzocht. Wel dient in al deze gevallen een belangenafweging plaats te vinden.

Individuele ontheffing van de geheimhoudingsplicht is wel vereist indien gegevens van belastingplichtigen worden gebruikt ter uitvoering van onderzoek naar een disciplinaire overtreding. Het verzoek om ontheffing wordt voorgelegd aan de directeur BOB. De directeur BOB zendt een afschrift van de beschikking aan de desbetreffende directeur.

Regeling
Gedragslijn bij strafbare feiten begaan door ambtenaren van de Belastingdienst in functie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
07-03-2001
BWB-id
BWBR0012299
Versie
2001-03-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl