wetzoeker

2.5.2 — Verblijf conform discretionaire bevoegdheid minister artikel 14 Vw (toets schrijnende situatie bij tweede en volgende aanvraag) Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Verblijf conform discretionaire bevoegdheid minister artikel 14 Vw (toets schrijnende situatie bij tweede en volgende aanvraag)

Geen gebruik van de bevoegdheid artikel 14 Vw

De IND maakt geen gebruik van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen als sprake is van een van de situaties als genoemd in het onderdeel ‘Geen ambtshalve besluit artikel 3.6ba Vb’ van paragraaf 2.5.1.

Omstandigheden en beoordeling

De IND maakt zeer terughoudend gebruik van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb. De IND maakt alleen gebruik van deze bevoegdheid indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.

Bij de beoordeling van een gemotiveerd en met documenten onderbouwd verzoek of er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere en individuele omstandigheden geldt dat zeer gering gewicht toekomt aan omstandigheden die in Nederland zijn ontstaan na het onherroepelijk worden van de beslissing op de eerste verblijfsaanvraag. De vreemdeling was of had op de hoogte kunnen zijn van het feit dat hij geen aanspraak maakte op rechtmatig verblijf in Nederland.

Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden. De IND hanteert geen limitatieve opsomming van te betrekken omstandigheden.

De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in ieder geval niet als de vreemdeling:

• stelt dat hij geworteld is in Nederland als gevolg van langdurig verblijf, al dan niet met een geldige verblijfstitel;

• als asielzoeker is uitgeprocedeerd en asielgerelateerde gronden aanvoert;

• stelt dat hij niet uit Nederland kan vertrekken; of

• medische omstandigheden aanvoert.

Contra-indicaties

Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende contra-indicaties in het nadeel van de vreemdeling betrokken:

• de vreemdeling wordt vervolgd of is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten;

• aan de vreemdeling is artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen;

• de vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid;

• identiteitsfraude of twijfel aan de identiteit van de vreemdeling dan wel andere vormen van fraude;

• niet rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw; en

• niet meewerken aan terugkeer.

Het voorgaande laat onverlet de gebruikelijke afwijzingsgronden voor reguliere verblijfsvergunningen als bedoeld in artikel 16 Vw en paragraaf B1/4 Vc.

Regeling
Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
Afkortingen
Vc
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
11-09-2026
BWB-id
BWBR0012289
Versie
2026-09-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl