wetzoeker

2.3 — Schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers (artikel 10 Verordening nr. 492/2011) Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers (artikel 10 Verordening nr. 492/2011)

Op grond van artikel 10 Verordening nr. 492/2011 hebben kinderen van een Unieburger, die op het grondgebied van een andere lidstaat reële en daadwerkelijke arbeid verricht of heeft verricht, als zij aldaar woonachtig zijn, recht op toelating tot het algemene onderwijs, het leerlingstelsel en de beroepsopleiding onder dezelfde voorwaarden als de eigen burgers van deze staat. De IND verleent het kind en de verzorgende ouder een afgeleid verblijfsrecht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

• het kind moet in de gastlidstaat zijn gevestigd waar de ouder als werknemer daadwerkelijke en reële arbeid (heeft) verricht (zie ook paragraaf B10/2.2.1 Vc); en

• het kind moet in de gastlidstaat hebben verbleven op het moment dat de ouder reële en daadwerkelijke arbeid verrichte.

Het middelenvereiste als genoemd in artikel 8.12, eerste lid Vb geldt niet als voorwaarde bij deze aanvraag.

Regeling
Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
Afkortingen
Vc
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
11-09-2026
BWB-id
BWBR0012289
Versie
2026-09-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl