wetzoeker

2.3 — Bescherming in een andere EU-lidstaat (artikel 38, eerste lid, aanhef en onder c, Procedureverordening) Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Bescherming in een andere EU-lidstaat (artikel 38, eerste lid, aanhef en onder c, Procedureverordening)

Het feit dat een andere lidstaat reeds internationale bescherming heeft verleend, vormt op grond van artikel 38, eerste lid, aanhef en onder c, Procedureverordening in de regel een reden om een aanvraag van dezelfde vreemdeling als niet-ontvankelijk af te wijzen.

De bescherming van de vreemdeling in een andere lidstaat kan in ieder geval blijken uit:

• Een verblijfsdocument;

• Eurodac;

• Informatie van de betreffende lidstaat waaruit volgt dat de vreemdeling bescherming geniet, dan wel (opnieuw) in aanmerking komt voor bescherming; of

• Verklaringen van de vreemdeling waaruit volgt dat hij in een andere EU-lidstaat bescherming geniet.

Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat.

Het Eurodac-systeem wordt geraadpleegd tenminste twee maanden voordat een beslissing wordt genomen op een asielaanvraag. Als daaruit volgt dat internationale bescherming is verleend, dan mag daarvan worden uitgegaan.

Wanneer uit dat systeem niet blijkt dat de status is ingetrokken, dan is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij in de andere lidstaat toch geen internationale bescherming meer heeft.

Regeling
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
Afkortingen
Vc
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
11-09-2026
BWB-id
BWBR0012288
Versie
2026-09-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl