2.2 — Veilig derde land (artikel 38, eerste lid aanhef en onder b, jo 59 en 60 Procedureverordening) Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
Veilig derde land (artikel 38, eerste lid aanhef en onder b, jo 59 en 60 Procedureverordening)
In artikel 59 Procedureverordening staat wat wordt verstaan onder het begrip ‘veilig derde land’ en wanneer dit begrip mag worden toegepast.
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND beoordeelt of het derde land in het individuele geval van de vreemdeling als veilig derde land kan gelden op grond van de voorwaarden van artikel 59, eerste lid, Procedureverordening:
a) het leven en de vrijheid van onderdanen van derde landen niet worden bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging;
b) onderdanen van derde landen geen reëel risico lopen op ernstige schade als gedefinieerd in artikel 15 Kwalificatieverordening;
c) onderdanen van derde landen worden beschermd tegen refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève en tegen verwijdering in strijd met het recht op vrijwaring tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straffen, zoals neergelegd in het internationaal recht;
d) de mogelijkheid bestaat om doeltreffende bescherming aan te vragen en, indien de voorwaarden vervuld zijn, te krijgen.
Als de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van elementen die rechtvaardigen dat het derde land in zijn geval niet als veilig derde land kan worden beschouwd in de zin van artikel 59 Procedureverordening, zal de IND het begrip veilig derde land niet toepassen. In dat geval beoordeelt de IND overeenkomstig hoofdstuk C3 Vc of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in artikel 43 Vw van toepassing is. De IND neemt ook aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt als er aldaar sprake is van de meest uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld, waarin de mate van willekeurig geweld van dien aard is dat de enkele aanwezigheid in het land al zorgt voor een reëel risico op ernstige schade.
Uit artikel 59, vijfde lid, aanhef en onder b, Procedureverordening volgt dat het begrip ‘veilig derde land’ in drie situaties mag worden toegepast:
• als er een band bestaat tussen de vreemdeling en het derde land;
• als sprake is van een land van doorreis; of
• als sprake is van een overeenkomst of regeling met het betreffende derde land op grond waarvan verzoeken om doeltreffende bescherming door dat derde land moeten worden onderzocht.
Band tussen de vreemdeling en het betrokken derde land
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
• de echtgenoot of partner van de vreemdeling heeft de nationaliteit van dat land;
• gezinsleden van de verzoeker bevinden zich in dat derde land;
• de vreemdeling heeft eerder in dat land verbleven; of
• de vreemdeling taal-, culturele of soortgelijke banden heeft met dat derde land.
Doorreisland
Doorreis door een derde land kan de volgende situaties omvatten:
• de vreemdeling heeft door het grondgebied van een derde land gereisd;
• de vreemdeling heeft zich aan de grens of in een transitzone van een derde land bevonden, waarbij de vreemdeling de mogelijkheid heeft gehad om bij de autoriteiten van het betrokken derde land om doeltreffende bescherming te verzoeken.
Als een vreemdeling door het grondgebied van een derde land is gereisd, voordat hij de Europese Unie is binnengekomen, kan het concept veilig derde land worden toegepast, aangezien in dat geval redelijkerwijs kan worden verondersteld dat een persoon die om internationale bescherming verzoekt, om doeltreffende bescherming had kunnen verzoeken in een veilig derde land van doorreis.
Overeenkomst of regeling
Zowel de Unie als lidstaten kunnen overeenkomsten of regelingen sluiten met derde landen, op grond waarvan het derde land zich heeft verplicht verzoeken om te onderzoeken of de vreemdeling aanspraak maakt op doeltreffende bescherming. Deze mogelijkheid geldt niet voor niet-begeleide minderjarigen.
(Opnieuw) toelaten tot grondgebied
Artikel 59, eerste, vierde en vijfde lid, Procedureverordening beschrijft wanneer een derde land als veilig derde land kan worden beschouwd.
Als op voorhand duidelijk is dat de vreemdeling niet tot dat land zal worden toegelaten, kan de aanvraag niet niet-ontvankelijk worden verklaard. Het is aan de vreemdeling om aan te tonen dat hij in weerwil van door hem verrichte inspanningen om toelating te verkrijgen niet (opnieuw) zal worden toegelaten. Van de vreemdeling wordt verwacht dat hij zich daadwerkelijk inspant om deze toegang te krijgen.
Niet-begeleide minderjarige
Een derde land kan voor een niet-begeleide minderjarige slechts als een veilig derde land worden beschouwd als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 59, zesde lid, Procedureverordening. Een land kan niet als veilig derde land worden aangemerkt enkel omdat er een overeenkomst of regeling met het derde land is gesloten.
Bij de vaststelling of een derde land voor een niet-begeleide minderjarige beschouwd moet worden als eerste land van asiel, beoordeelt de IND of dit in strijd is met zijn of haar belang. Daarbij wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van duurzame passende zorg en opvang.
Voor zover in het eerste land van asiel gezins- of familieleden woonachtig zijn, zal het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden.
De IND neemt aan dat de niet-begeleide minderjarige zal worden overgenomen door het bedoelde veilig derde land indien de autoriteiten van het veilig derde land binnen een redelijke termijn bevestigen dat zij de niet-begeleide minderjarige overnemen.
De IND neemt aan dat de niet-begeleide minderjarige vreemdeling onmiddellijk zal genieten van doeltreffende bescherming indien de autoriteiten van het veilig derde land dit bevestigen.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012288
- Versie
- 2026-09-11_0