wetzoeker

2.1 — Eerste land van asiel (artikel 38, eerste lid aanhef en onder a, jo 58 Procedureverordening) Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Eerste land van asiel (artikel 38, eerste lid aanhef en onder a, jo 58 Procedureverordening)

In artikel 58 Procedureverordening staat het begrip ‘eerste land van asiel’ uitgewerkt. Een land dat geen onderdeel is van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of Zwitserland wordt beschouwd als een eerste land van asiel voor de vreemdeling, indien de vreemdeling daar (doeltreffende) bescherming heeft genoten en nog steeds op die bescherming een beroep kan doen.

Bij de vraag of voor de individuele vreemdeling een derde land als eerste land van asiel moet worden beschouwd, zijn ook de verklaringen van de vreemdeling van belang. Aan de hand van dat relaas en informatie over de situatie in het ‘eerste land van asiel’ wordt beoordeeld of aan de voorwaarden van artikel 58, eerste lid, Procedureverordening is voldaan. Als de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van elementen die rechtvaardigen dat het derde land in zijn geval niet als eerste land van asiel kan worden beschouwd in de zin van artikel 58 Procedureverordening, zal de IND de vreemdeling niet tegenwerpen dat hem in het betreffende derde land reeds bescherming is verleend. In dat geval beoordeelt de IND overeenkomstig hoofdstuk C3 Vc of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. De elementen die de vreemdeling in het kader van een individuele beoordeling kan verstrekken, dienen in verband te staan met de in het eerste lid van artikel 58 Procedureverordening genoemde voorwaarden.

Het begrip ‘eerste land van asiel’ mag niet worden toegepast op verzoekers die als gezinslid van een onderdaan van een derde land of van een burger van de Unie een verzoek indienen en die in de lidstaat die het verzoek behandelt, aanspraak kunnen maken op de rechten die zijn vastgelegd in de Gezinsherenigingsrichtlijn (2003/86/EG) of Richtlijn 2004/38/EG.

(Opnieuw) toelaten tot grondgebied

Artikel 58, eerste lid, Procedureverordening beschrijft wanneer een derde land als eerste land van asiel kan worden beschouwd. De mogelijkheid van (weder)toelating wordt daarbij niet als voorwaarde genoemd.

Als echter op voorhand duidelijk is dat de vreemdeling niet tot dat land zal worden toegelaten, kan de aanvraag niet niet-ontvankelijk worden verklaard. Aangezien de vreemdeling eerder in het derde land bescherming heeft genoten, zal dat niet snel worden aangenomen. Het is aan de vreemdeling om aan te tonen dat niet opnieuw zal worden toegelaten. Van de vreemdeling wordt verwacht dat hij zich daadwerkelijk inspant om deze toegang te krijgen.

Niet-begeleide minderjarige

Een derde land kan voor een niet-begeleide minderjarige slechts als een eerste land van asiel worden beschouwd als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 58, derde lid, Procedureverordening.

Bij de vaststelling of een derde land voor een niet-begeleide minderjarige beschouwd moet worden als veilig derde land van asiel, beoordeelt de IND of dit in strijd is met zijn of haar belang. Daarbij houdt de IND rekening met de in artikel 26 Verordening (EU) 2024/1346 genoemde factoren. Daarbij wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van duurzame passende zorg en opvang.

Voor zover in het eerste land van asiel gezins- of familieleden woonachtig zijn, zal het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat als uitgangspunt geldt dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden.

De IND verstaat onder de voorwaarde vooraf de verzekering hebben ontvangen van het betrokken derde land, het volgende. De IND neemt aan dat de niet-begeleide minderjarige zal worden overgenomen door het bedoelde eerste land van asiel indien de autoriteiten van het eerste land van asiel binnen een door de IND vastgestelde redelijke termijn bevestigen dat zij de niet-begeleide minderjarige overnemen.

De IND neemt aan dat de niet-begeleide minderjarige vreemdeling onmiddellijk zal genieten van doeltreffende bescherming indien de autoriteiten van het eerste land van asiel dit bevestigen.

Regeling
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
Afkortingen
Vc
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
11-09-2026
BWB-id
BWBR0012288
Versie
2026-09-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl