5.3 — De procedure bij een tweede of volgende aanvraag (deel 1) Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling, of de wettelijk vertegenwoordiger, die een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wil indienen, dient deze aanvraag in op werkdagen tussen 08:00 en 15:00 uur op het aanmeldcentrum Ter Apel. De in artikel 3.50a VV genoemde gevallen zijn hiervan uitgezonderd. Een tweede of volgende aanvraag die niet in persoon is ingediend op het aanmeldcentrum Ter Apel is niet overeenkomstig artikel 28 Procedureverordening en artikel 36, eerste lid, Vw ingediend. De vreemdeling krijgt dan een termijn van drie dagen om de aanvraag in persoon in te dienen en het verzuim te herstellen, bij gebreke waarvan zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid aanhef en onder b Vw (en artikel 41, eerste lid aanhef en onder a Procedureverordening).
De vreemdeling die een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wil indienen, dient daarvoor, behoudens de in artikel 3.50a VV genoemde gevallen, gebruik te maken van het model M35-O. De vreemdeling geeft op het model M35-O aan op grond van welke nieuwe relevante elementen hij een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wil indienen, onderbouwt dit en voegt bewijsmiddelen als bijlage bij.
Als de IND de bijlage met bewijsmiddelen heeft ontvangen, verstrekt de IND aan de vreemdeling een bewijs van ontvangst, waarin staat beschreven welke bewijsmiddelen de IND heeft ontvangen. Voor wat betreft de teruggave van bewijsmiddelen door de IND zijn de beleidsregels in paragraaf A2/8 Vc van toepassing.
Indien de vreemdeling het model M35-O incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, wordt de vreemdeling een herstel verzuim periode geboden van drie dagen om de aanvraag alsnog te completeren. Als de vreemdeling de aanvraag niet binnen de gestelde termijn completeert, wordt de aanvraag beoordeeld op basis van hetgeen de vreemdeling met het ingediende model M35-O heeft aangevoerd. Als de ontbrekende informatie noodzakelijk is voor de beoordeling, zal de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard omdat geen sprake is van nieuwe relevante elementen die de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
• er reden is om aan te nemen dat de vreemdeling de opvolgende aanvraag met name heeft ingediend met als doel het genereren van opvang dan wel dat uit het model M35-0 volgt dat de vreemdeling geen asielmotief aan zijn opvolgende aanvraag ten grondslag legt;
• de vreemdeling in het half jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag eerder een opvolgende aanvraag heeft ingediend die inhoudelijk is afgedaan en hij aan de nieuwe opvolgende aanvraag dezelfde elementen en bevindingen ten grondslag legt zonder toe te lichten wat er veranderd of gewijzigd is.
De herstel verzuim termijn kan worden onthouden als:
• de vreemdeling eerder een opvolgende aanvraag heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard omdat de aanvraag niet compleet was; en
• er reden is om aan te nemen dat de vreemdeling de opvolgende aanvraag met name heeft ingediend met als doel het genereren van opvang dan wel dat uit het model M35-0 volgt dat de vreemdeling geen asielmotief aan zijn opvolgende aanvraag ten grondslag legt.
De IND start na ontvangst van het volledig ingevulde en complete model M35-O op basis van de daarmee verstrekte informatie en bewijsmiddelen met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. Dit onderzoek omvat tevens de beoordeling van volgende aanvragen. Wanneer een vreemdeling een volgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van artikel 30a, eerste lid Vw. Zoals bedoeld in artikel 38, tweede lid Procedureverordening. Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
In de eerste fase onderzoekt de IND of er sprake is van nieuwe relevante elementen. Dat is het geval als:
• de vreemdeling aan de volgende aanvraag relevante elementen ten grondslag legt die niet zijn onderzocht en beoordeeld tijdens de eerdere asielprocedure(s); en
• die de vreemdeling buiten zijn schuld om niet eerder naar voren had kunnen brengen, tenzij deze elementen de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
Wanneer niet aan één van de voorwaarden uit bovenstaande is voldaan, dan kan de volgende aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard. Hierbij verwijst de IND naar artikel 55 Procedureverordening.
Als wel sprake is van nieuwe relevante elementen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten. Is dit niet het geval, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
De IND beoordeelt de aanvraag inhoudelijk op inwilligbaarheid als sprake is van nieuwe relevante elementen die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe relevante elementen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe relevante elementen de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
De IND wijst een volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet af als niet-ontvankelijk als er sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende elementen en bevindingen. Hiervan is in ieder geval sprake indien hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd en/of overgelegd tot het oordeel leidt dat met de uitzetting van de vreemdeling artikel 3 EVRM wordt geschonden.
De IND beschouwt een verzoek om heroverweging dat is ingediend door een vreemdeling die niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel als een onvolledige aanvraag van een verblijfsvergunning asiel. De vreemdeling krijgt dan een termijn van drie dagen om de aanvraag in persoon in te dienen en het verzuim te herstellen, bij gebreke waarvan zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid aanhef en onder b Vw (en artikel 41, eerste lid aanhef en onder a Procedureverordening
De IND beslist na ontvangst van een volledige aanvraag of en op welke datum het persoonlijk onderhoud plaatsvindt. Er vindt gelet op artikel 13, elfde lid Procedureverordening geen persoonlijk onderhoud plaats als de IND op basis van het dossier, de ingevulde M35-O en de eventueel overgelegde bewijsstukken de aanvraag niet-ontvankelijk kan verklaren. De IND kan besluiten om die reden af te zien van een persoonlijk onderhoud in de situatie dat de vreemdeling:
• zich beroept op hetzelfde asielrelaas als in een eerdere procedure zonder dat er nieuwe elementen of bevindingen zijn, dan wel zonder horen kan worden vastgesteld dat de nieuwe elementen of bevindingen niet relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag;
• een beroep doet op (nieuwe) informatie of stukken waarvan zonder horen kan worden vastgesteld dat ze de kans niet aanzienlijk groter maken dat de verzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 en 29a Vw;
• een beroep doet op de gestelde verslechterde algemene veiligheidssituatie in zijn land van herkomst en de IND de beoordeling kan doen op grond van informatie die uit openbare bronnen beschikbaar is en de IND de aanvraag nog steeds niet-ontvankelijk kan verklaren omdat deze elementen de kans niet aanzienlijk groter maken dat de verzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 en 29a Vw; of
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012288
- Versie
- 2026-09-11_0