3.5 — Beschikking/overdrachtsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
Beschikking/overdrachtsbesluit
De IND maakt de beschikking op grond van artikel 42 Asiel- en migratiebeheerverordening bekend door uitreiking aan de vreemdeling of door toezending aan gemachtigde, nadat:
• het overnameverzoek door een andere lidstaat is aanvaard; of
• een kennisgeving inzake terugname is gedaan en bevestigd.
Bovenstaande geldt ook wanneer aanvaarding of bevestiging het gevolg is van het niet tijdig reageren van de aangezochte lidstaat.
Als het verzoek om internationale bescherming niet in behandeling wordt genomen op grond van artikel 30, eerste lid Vw, neemt de IND in ieder geval in de beschikking op:
• dat de vreemdeling wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (overdrachtsbesluit)
• de informatie bedoeld in artikel 42, tweede en vierde lid, Asiel- en migratiebeheerverordening
• of de vreemdeling van rechtswege geen recht heeft op opvangvoorzieningen op basis van artikel 44a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
• de verplichting voor de vreemdeling als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, Asiel- en migratiebeheerverordening om mee te werken met de bevoegde autoriteiten en om het overdrachtsbesluit na te komen.
De vreemdeling heeft van rechtswege geen recht op opvangvoorzieningen in een andere lidstaat dan die waar hij op grond van artikel 17, vierde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening aanwezig dient te zijn. De vreemdeling heeft wel recht op opvangvoorzieningen tot aan de overdracht in de volgende situaties:
• De vreemdeling heeft het eerste verzoek om internationale bescherming ingediend in Nederland en waarbij:
○ Nederland de lidstaat van eerste binnenkomst is; of
○ De vreemdeling in het bezit is van een geldige verblijfstitel of geldig visum dat door Nederland is afgegeven; of
○ De vreemdeling zich in Nederland bevond op het moment dat een geldige verblijfstitel of een geldig visum nietig werd verklaard, werd ingetrokken of werd herroepen.
• De vreemdeling is in het kader van solidariteit naar Nederland herplaatst en er is alsnog vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is
• Er bestaan redelijke gronden om aan te nemen dat de vreemdeling het slachtoffer zou kunnen zijn geweest van strafbare feiten op het gebied van mensenhandel. Het gebruik maken van de bedenktijd of het doen van een aangifte is niet voldoende om aan te nemen dat deze redelijke gronden bestaan.
Een voorwaarde voor het vervallen van het recht op deze opvangvoorzieningen is dat de vreemdeling moet zijn geïnformeerd over zijn of haar verplichtingen en de gevolgen van niet-nakoming daarvan overeenkomstig artikel 11, lid 1, punt b Procedureverordening of artikel 5, lid 1 en artikel 21 Opvangrichtlijn. De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling hierover is geïnformeerd wanneer sprake is van een eerdere aanvraag in een andere lidstaat op of na 12 juni 2026, tenzij expliciet door de betreffende lidstaat is aangegeven dat deze de vreemdeling niet heeft geïnformeerd.
In de bijzondere individuele omstandigheden zoals benoemd in artikel 18, vierde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening kan in de regel worden voorzien in de versoberde opvang van het COA als bedoeld in artikel 18, eerste lid. Desgewenst kan de vreemdeling gebruik maken van de klachtenregeling van het COA.
Voor wat betreft het bekendmaken van de beschikking wordt verwezen naar paragraaf C1/6.1 Vc.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012288
- Versie
- 2026-09-11_0