6.4 — Vreemdelingbewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 59b Vw (deel 1) Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Vreemdelingbewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 59b Vw
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b Vw is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient of wenst in te dienen. Voor vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model 109-B. Model M109-B bevat in ieder geval:
• een kenbare belangenafweging, en
• één of meerdere gronden, als bedoeld in artikel 59b, eerste lid, Vw.
Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgelegd, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-B.
Gronden voor vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in vreemdelingenbewaring worden gesteld, indien:
a. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling;
b. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer sprake is van een onderduikrisico;
c. de vreemdeling:
– in vreemdelingenbewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van richtlijn 2008/115;
– al de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad; en
– op redelijke gronden aangenomen kan worden dat hij de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen; of
d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde als bedoeld in artikel 10, vierde lid, onderdeel f, van de Opvangrichtlijn; of
e. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is ten behoeve van de handhaving van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, bedoeld in artikel 56, eerste lid, Vw in het geval de vreemdeling die maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan.
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in vreemdelingenbewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Ad a en b.
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in vreemdelingenbewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in artikel 5.7, derde lid, Vb van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
• de vreemdeling gedurende zijn strafrechtelijke detentie een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend;
• de vreemdeling gedurende de periode van overbrenging en ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, Vw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend; of
• de vreemdeling is overgedragen aan Nederland krachtens Verordening (EU) 2024/1351.
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, Vb zich voordoen.
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel b, Vw is ook mogelijk gedurende de beroepsprocedure na beoordeling van de asielaanvraag door de IND en de vreemdeling op grond van artikel 68 Procedureverordening het recht heeft om op het grondgebied van Nederland te verblijven totdat op het beroep is beslist.
Ad c.
Vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel al in vreemdelingenbewaring was gesteld op grond van artikel 59 Vw.
Bij vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
• of de vreemdeling eerder een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel;
• de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kenbaar heeft gemaakt in relatie tot zijn verklaringen hierover;
• de omstandigheden waaronder de vreemdeling is aangetroffen of zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kenbaar heeft gemaakt;
• of de vreemdeling in het Schengeninformatiesysteem voor een inreisverbod gesignaleerd staat;
• de gestelde nationaliteit in relatie tot de toepassing van artikel 30b, eerste lid, Vw in het geval bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel e Procedureverordening;
• de onderbouwing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
Ad d.
Het is mogelijk om een vreemdeling in vreemdelingenbewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor vreemdelingenbewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kan mogelijk worden afgewezen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag;
• er is sprake van een individuele aanwijzing als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Vw, waaruit blijkt dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde;
• er is sprake van een (individueel) ambtsbericht van de AIVD of MIVD; of
• de verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3.4 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
Ad e.
Het is mogelijk om een vreemdeling in vreemdelingenbewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel e, Vw, indien aan de vreemdeling eerder een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 56 Vw is opgelegd waaraan de vreemdeling zich heeft gehouden en nog altijd sprake is van een onderduikrisico. Daarvan is sprake indien naast het niet houden aan de vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 5.6, tweede lid, onder n, Vb) zich ten minste een van de andere gronden van artikel 5.6, tweede lid, Vb voordoet.
Opheffing van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b Vw na afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel
In het geval de vreemdeling na afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 68, tweede lid Procedureverordening het recht heeft om op het grondgebied van Nederland te blijven, wordt de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven.
De vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b Vw wordt alsnog opgeheven indien:
• er na afloop van de beroepstermijn geen beroep is ingesteld; of
• het beroep door de rechtbank ongegrond wordt verklaard.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012287
- Versie
- 2026-09-11_0