wetzoeker

6.3 — Vreemdelingenbewaring van een AMbV-claimant op grond van artikel 59a Vw Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

Vreemdelingenbewaring van een AMbV-claimant op grond van artikel 59a Vw

Een vreemdeling voor wie op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351) een overnameverzoek is ingediend bij een andere lidstaat of voor wie een kennisgeving inzake terugname aan een andere lidstaat is verzonden (verder: AMbV-claimant) kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond van artikel 59a Vw. Bij AMbV-claimanten is de vreemdelingenbewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Asiel- en migratiebeheerverordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.

Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model M109-A. In model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:

• er ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, Vb aanwezig zijn;

• of de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde;

• er geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast; en

• er voldoende zicht op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat bestaat.

(Zie ook de paragrafen A3/6.9 en C2/3 Vc.)

Het is mogelijk om een vreemdeling in vreemdelingenbewaring te stellen op grond van artikel 59a, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor vreemdelingenbewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:

• er zijn aanwijzingen dat de vreemdeling gedragingen heeft gepleegd als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag;

• er is sprake van een individuele aanwijzing als bedoeld in artikel 48, tweede lid, Vw, waaruit blijkt dat sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde;

• er is sprake van een (individueel) ambtsbericht van de AIVD of MIVD; of

• de verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.

Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A.

Als de AMbV-claimant in vreemdelingenbewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen de termijn die geldt op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (artikel 5.6, tweede lid, onder m, Vb), duurt de vreemdelingenbewaring niet langer dan veertien dagen.

Deze termijn is niet van toepassing als de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:

• fysiek verzet van de vreemdeling of in geval van een gezin fysiek verzet van (één van) de gezinsleden;

• het feit dat de vreemdeling of in geval van een gezin (één van) de gezinsleden na de inbewaringstelling één of meerdere procedures is gaan voeren met het kennelijke doel overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te voorkomen.

Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin kan de maatregel van vreemdelingenbewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.

Regeling
Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Afkortingen
Vc
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
11-09-2026
BWB-id
BWBR0012287
Versie
2026-09-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl