5.1 — Algemeen en procedure Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Algemeen en procedure
Bij het opleggen van de maatregel op grond van artikel 56 Vw wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente waarbinnen de vreemdeling zich dient te bevinden dan wel een plek of gebied dat niet mag worden betreden.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.2 VV legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – eventueel in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, eerste lid, Vw – op:
• op grond van het bestaan van een onderduikrisico als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, Vb aan de vreemdeling:
a. zonder rechtmatig verblijf; of
b. met rechtmatig verblijf op grond van:
○ artikel 8, aanhef en onder f, Vw;
○ artikel 8, aanhef en onder h, Vw; of
○ artikel 8, aanhef en onder m, Vw.
• op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling:
a. zonder rechtmatig verblijf; of
b. met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw.
Redenen van openbare orde kunnen verband houden met het individuele gedrag van de vreemdeling (bijvoorbeeld ingeval van asielzoekers de overtreding van de huisregels van het COA, overlastgevend, gewelddadig of bedreigend gedrag), maar deze kunnen ook van meer algemene aard zijn.
De vreemdeling wordt voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw gehoord. Dit gehoor wordt vastgelegd in het model M108B. De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het model M108A.
De maatregel op grond van artikel 56 Vw kan voortduren voor zolang dat gelet op de omstandigheden van het geval met het oog op de openbare orde of de nationale veiligheid of een aangenomen onderduikrisico redelijk is.
De maatregel kan ieder deel van Nederland aanwijzen en is niet beperkt tot locaties waar opvang wordt geboden door het COA. Bij de bepaling van de plaats komt groot gewicht toe aan de mate waarin ter plaatse toezicht kan worden gehouden op de naleving van de maatregel. De maatregel kan ook een plaats aanwijzen die geldt als een verbod voor de vreemdelingen zich daar te bevinden.
De vreemdeling kan bij de organisatie die de vrijheidsbeperkende maatregel heeft opgelegd dan wel het toezicht uitoefent, om toestemming verzoeken om tijdelijke buiten de toegewezen plaats te verblijven dan wel het verboden gebied te betreden. Van een situatie waarin een dergelijke toestemming kan worden verleend, is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, (niet vereiste) aanwezigheid bij een zitting van de rechtbank of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt. Het verzoek dient tijdig te worden gedaan. Van de vreemdeling kan worden verlangd dat hij de reden van het verzoek aantoont, bijvoorbeeld door overlegging van een afspraakbevestiging.
Gelet op artikel 5.11, vierde lid, Vb heeft de vreemdeling geen toestemming nodig van de organisatie die de vrijheidsbeperkende maatregel heeft opgelegd dan wel het toezicht uitoefent wanneer zijn aanwezigheid vereist is bij afspraken met autoriteiten en rechtbanken. De vreemdeling stelt deze organisaties vooraf in kennis van een dergelijke afspraak. Van de vreemdeling kan worden verlangd dat hij een document overlegt waaruit dit blijkt.
De maatregel op grond van artikel 56 Vw komt niet van rechtswege te vervallen. De maatregel kan worden voortgezet met het oog op vertrek uit Nederland, na een afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. De vreemdeling aan wie de maatregel is opgelegd, kan om opheffing daarvan verzoeken. Tegen de afwijzing van een verzoek om opheffing staat evenals tegen de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel rechtstreeks beroep open bij de bestuursrechter.
De redenen die aanleiding waren gedurende het rechtmatig verblijf om een maatregel op te leggen, rechtvaardigen het voorduren van de vrijheidsbeperkende maatregel gedurende het terugkeerproces. Dat geldt ook voor de vreemdeling die in afwachting is van de feitelijke overdracht naar een verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels model M108A, zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012287
- Versie
- 2026-09-11_0