3.1 — Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw (deel 1) Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met of artikel 6a Vw, worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking model M19.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND verricht alle volgende handelingen:
• een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling;
• de inhoud van de beschikking in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem meedelen;
• aan de vreemdeling in een begrijpelijke taal aan hem meedelen dat de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming zal toetsen; en
• de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid om het recht op gratis rechtsbijstand en om vertegenwoordiging aan te vragen.
Hierbij kan de ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND gebruik maken van de informatiebrief ‘Waarom aan u een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd’. De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND neemt de wijze waarop is voorzien in bovengenoemde informatieverplichting op in model M19.
Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351) en er een onderduikrisico aanwezig is of de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt een (nieuwe) vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een onderduikrisico of een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking model M19/M19A te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de Vw. Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19/M19A.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. DTenV maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van model M113. Van model M113 moet altijd:
• het origineel van dit formulier in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt;
• een kopie worden verzonden naar de IND en DTenV.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Indien een aan de grens geweigerde vreemdeling tevens verdachte of veroordeelde is van een misdrijf wordt door de ambtenaar belast met de grensbewaking bij het uitreiken van de toegangsweigering model M122-A uitgereikt om de vreemdeling te informeren dat zijn vrijheidsontneming kan worden voortgezet op grond van de Vreemdelingenwet zodra de vrijheidsontneming op strafrechtelijke gronden is geëindigd. De ambtenaar belast met de grensbewaking is verantwoordelijk voor het opleggen van de vreemdelingrechtelijke maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet.
Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven dan wel zolang de vreemdeling op grond van artikel 68, vijfde lid, onderdeel d Procedureverordening niet wordt verwijderd. Dat betreft de volgende situaties:
a. de vreemdeling is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag;
b. na afwijzing van de asielaanvraag, indien de vreemdeling op grond van artikel 68, tweede lid Procedureverordening op het grondgebied mag blijven gedurende de beroepstermijn en, bij tijdige indiening van het beroep, totdat uitspraak is gedaan op het beroep;
c. na afwijzing van de asielaanvraag, indien de vreemdeling op grond van artikel 68, derde lid Procedureverordening niet op het grondgebied mag blijven maar op grond van artikel 68, vijfde lid onder d Procedureverordening niet mag worden verwijderd gedurende de termijn voor het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening en, bij tijdige indiening van dat verzoek, totdat uitspraak is gedaan op het verzoek;
d. tot de beslissing op het beroepschrift indien het onder c bedoelde verzoek is toegewezen.
Ad b.
Deze situatie is aan de orde als het beroep van rechtswege schorsende werking heeft.
Ad c.
Deze situatie is aan de orde als het beroep geen schorsende werking heeft. De vreemdeling heeft dan ingevolge artikel 69, zesde lid Vw één week de tijd om een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Gedurende die termijn mag de vreemdeling in beginsel niet worden verwijderd. Bij tijdige indiening mag de vreemdeling ook in afwachting van de uitspraak niet worden verwijderd. Op deze regel kan echter op grond van artikel 56 Procedureverordening dan wel artikel 68, zesde lid Procedureverordening een uitzondering worden gemaakt. Dan is de vreemdeling met het nemen van het besluit op de asielaanvraag direct verwijderbaar, ook al wordt (tijdig) verzocht om een voorlopige voorziening. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende asielaanvragen als bedoeld in artikel 55 Procedureverordening. Alleen een door de rechter getroffen voorlopige voorziening kan dan leiden tot het recht om op het grondgebied te verblijven en niet te worden verwijderd gedurende de beroepsprocedure.
Het geval waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij een volgend verzoek als bedoeld in artikel 55 Procedureverordening.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op AMbV-claimanten, dient tevens sprake te zijn van een onderduikrisico of een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde. Wanneer er sprake is van een onderduikrisico, wordt vermeld in artikel 5.5 en artikel 5.6 Vb.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012287
- Versie
- 2026-09-11_0