5.1 — Vertrek met behulp van de IOM Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Vertrek met behulp van de IOM
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
• een aanvraag voor vrijwillig vertrek indienen bij de IOM;
• een aanvraagformulier ondertekenen waarin de vreemdeling verklaart geen bezwaar te hebben tegen:
• het uitwisselen van informatie tussen de IOM, de IND en DTenV ten behoeve van (toetsing aan de voorwaarden voor) vrijwillige terugkeer;
• het uitwisselen van persoonsgegevens, datum aanvraag vrijwillige terugkeer, datum beëindiging aanvraag, (geplande) vertrekdatum en kopie reisdocument die na vertrek kunnen worden gedeeld met instanties in de migratieketen (IND, DTenV, COA, AVIM, KMar).
Een vreemdeling komt niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de nationaliteit heeft van, of in het bezit is van een geldig (tijdelijke) reguliere verblijfsvergunning, of een asielvergunning voor onbepaalde tijd, van:
• een lidstaat van de EU;
• landen die deel uitmaken van de EER en/of EVA;
• een van de Europese microstaten (Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Vaticaanstad);
• een land dat behoort tot de top 35 van de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking volgens de Wereldbank, inclusief Taiwan.
Een vreemdeling komt ook niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de afgelopen vijf jaar de EU heeft verlaten, zelfstandig of gedwongen, met ondersteuning van DTenV, Frontex, of de IOM.
De IOM kan in afwijking van het voorgaande (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en niet-begeleide minderjarigen, of in andere schrijnende gevallen, ongeacht de nationaliteit of land van bestemming van de vreemdeling, assistentie verlenen bij het vertrek.
De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten:
• bij de IND nagaan of de vreemdeling voldoet aan bovengenoemde voorwaarden om in aanmerking te komen voor het REAN-programma; en
• de IND vragen of er bezwaar is tegen het vertrek van de vreemdeling via de IOM.
De IND heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM, als de vreemdeling gesignaleerd staat vanwege opsporing.
De IND informeert DTenV over de omstandigheid dat bezwaar is geuit tegen vertrek via de IOM.
DTenV heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
Als door DTenV al handelingen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, kan DTenV tenminste één van de volgende beslissingen nemen:
• er is bezwaar tegen het vertrek via de IOM: het vertrek vindt via DTenV plaats; of
• er is geen bezwaar tegen vrijwillig vertrek van de vreemdeling via de IOM: DTenV staakt de eigen vertrekmaatregelen.
Als er geen bezwaar is tegen het vrijwillig vertrek zal de vreemdeling door de IOM worden geïnformeerd dat hij via het REAN-programma mag vertrekken. DTenV kan intussen doorgaan met de voorbereidingen voor een eventueel gedwongen vertrek, mocht de vreemdeling uiteindelijk toch niet met de IOM vertrekken.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als DTenV, de (zeehaven)politie, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt bij het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling tekent bij vertrek een verklaring voor de IND, waarin staat dat de vreemdeling ermee instemt dat:
• openstaande vreemdelingrechtelijke procedures worden beëindigd dan wel dat een al toegekende verblijfsvergunning wordt ingetrokken;
• het vertrek van de vreemdeling op basis van informatie van de IND wordt verwerkt in de BRP.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en een eventuele eenmalige financiële bijdrage op de luchthaven van vertrek. Hiervoor tekent de vreemdeling een vertrekverklaring van de IOM. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
De vreemdeling aan wie een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM, heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op.
De IOM moet de IND en DTenV door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
- Regeling
- Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
- Afkortingen
- Vc
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 11-09-2026
- BWB-id
- BWBR0012287
- Versie
- 2026-09-11_0