wetzoeker

Artikel 14 Besluit bijzondere militaire pensioenen

Gemeenschappelijke bepalingen

1 De pensioenen en pensioenverhogingen eindigen met het einde van de maand waarin de rechthebbende is overleden.

2 In afwijking van het eerste lid eindigen het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging bij vermissing op een door Onze Minister te bepalen dag.

3 Indien degene aan wiens vermissing het wordt ontleend in leven blijkt te zijn, eindigt het op grond daarvan toegekende nabestaandenpensioen met ingang van een door Onze Minister te bepalen dag. Op grond van het tweede lid vervallen pensioenen of verhogingen worden met ingang van die dag opnieuw toegekend.

4 Het wezenpensioen eindigt voorts met het einde van de maand waarin:

a. de rechthebbende de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of, voorafgaand aan het bereiken van die leeftijd in het huwelijk is getreden dan wel partij is geworden bij de aanmerking van een partner dan wel als partner is geregistreerd in de zin van het pensioenreglement;

b. de rechthebbende wettig kind is geworden van een ander dan de partner die aan hetzelfde overlijden recht op partnerpensioen in de zin van dit besluit of bijzonder partnerpensioen in de zin van het pensioenreglement ontleent.

5 Het recht op een toeslag vervalt vanaf het moment dat niet meer aan de voorwaarden voor de toekenning daarvan wordt voldaan.

Regeling
Besluit bijzondere militaire pensioenen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
24-11-2018
BWB-id
BWBR0012222
Versie
2018-11-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl