wetzoeker

Mandaat en volmacht USZO Diensten B.V. ter zake van de uitvoering van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen sector Rijk

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2001
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0012210
Versie
2001-01-01_0
SHA-256 bron
9a8b00b75c72a362797ceddd94dcbbab3d24584414817f9b10384f6931e9fdf9

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

USZO:

de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs Diensten B.V., gevestigd te Heerlen;

regeling:

het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk.

Artikel 2

USZO is bevoegd om namens de Minister al die besluiten te nemen die de Minister bij of krachtens de regeling bevoegd is te nemen.

Artikel 3

USZO is bevoegd om verzoeken in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur, dan wel in het kader van de Wet Nationale Ombudsman, voor zover die verband houden met de uitvoering van de regeling, namens de Minister af te handelen.

Artikel 4

USZO is bevoegd om in het kader van de uitvoering van de regeling namens de Minister te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat degene die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg.

Artikel 5

USZO is bevoegd om inzake de uitvoering van de regeling namens de Minister in rechte op te treden en om namens de Minister tegen rechterlijke uitspraken ter zake hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie. Indien het een zaak betreft met een kennelijk aanmerkelijk financieel of rechtspositioneel belang, oefent de USZO deze bevoegdheid niet uit dan na verkregen instemming van de Minister en de minister die de ex-werkgever is van de wederpartij in de desbetreffende zaak. USZO is in dat geval wel bevoegd om vooruitlopend hierop zo nodig voorlopig hoger beroep of cassatie in te stellen.

Artikel 6

Voor wat betreft het mandaat onderscheidenlijk de volmacht, bedoeld in dit besluit, is USZO bevoegd intern ondermandaat te verlenen onderscheidenlijk heeft zij recht van substitutie.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.