wetzoeker

Artikel 4 Warenwetbesluit Kruidenpreparaten

1 Kruidenpreparaten bevatten geen:

a. aconitine of derivaten hiervan;

b. aristolochiazuren of derivaten hiervan;

c. atropine of derivaten hiervan;

d. colchicine of derivaten hiervan;

e. hyoscyamine of derivaten hiervan;

f. m- en o-synefrine of derivaten hiervan;

g. olie uit Artemisia absinthium (absintalsem), onverminderd de bij artikel 6, tweede lid, en bijlage III, deel B, van verordening (EG) 1334/2008 gestelde voorschriften inzake de toegelaten aanwezigheid van thujon in bepaalde samengestelde levensmiddelen;

h. pilocarpine of derivaten hiervan;

i. scopolamine of derivaten hiervan;

j. strychnine of derivaten hiervan; en

k. yohimbe-alkaloïden of derivaten hiervan.

2 Kruidenpreparaten bevatten geen materiaal dat geheel of ten dele afkomstig is van planten en schimmels bedoeld in de bijlage.

3 Kruidenpreparaten bevatten per dagelijks volgens de gebruiksaanwijzing te nuttigen hoeveelheid ten hoogste 27 mg p-synefrine.

4 In afwijking van het derde lid mogen kruidenpreparaten olie bevatten die gewonnen is uit de zaden van Ricinus communis, voor zover het voorgeschreven gebruiks- en doseringsadvies, bedoeld in artikel 6, eerste lid, niet leidt tot een hogere inname van deze olie dan 0,4 g per dag.

Regeling
Warenwetbesluit Kruidenpreparaten
Afkortingen
VKp
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0012174
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl