wetzoeker

Artikel 19 Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000

Bijzondere eisen voor kentekenplaten volgens de modellen 11.1, 12.1, 13.1, 14.1, 15.1, 16.1, 17.1, 18.1, 18.2A tot en met 18.2E, 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.26E en 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.16 van de bijlage behorende bij de Regeling kentekens en kentekenplaten

1 Het keurmerk op de kentekenplaat moet zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aan de voorzijde daarvan zijn aangebracht.

2 Het keurmerk dient overeen te komen met het model M.2 of M.3 van de bijlage behorende bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

3 Het keurmerk van de kentekenplaat dient te zijn aangebracht hetzij boven de tweede streep, hetzij boven de streep van het kenteken, hetzij, indien geen streep in het kenteken aanwezig is, midden tussen de groepen van tekens. Het keurmerk op de kentekenplaten voor bromfietsen dient te zijn aangebracht midden tussen de groepen van tekens dan wel links naast de groepen van tekens.

4 In afwijking van het bepaalde in het derde lid mag bij kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, indien de ruimte boven de tweede streep onvoldoende is, het keurmerk onder de tweede streep zijn aangebracht.

5 Het keurmerk van de kentekenplaat dient op zodanige wijze te zijn aangebracht dat:

a. geen beschadiging van de lak heeft plaatsgevonden;

b. de werking van het retroreflecterend materiaal niet is aangetast.

6 Andere met het blote oog zichtbare merktekens van fabrikanten van halffabrikaten of kentekenplaten, al dan niet in combinatie met het keurmerk, zijn niet toegestaan.

Regeling
Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000
Afkortingen
REG
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2016
BWB-id
BWBR0012172
Versie
2016-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl