wetzoeker

Artikel 5 Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid

1 De inkomsten, die de betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, aangevangen met ingang van of na de dag van het ontslag, ter zake waarvan de uitkering is toegekend, worden in mindering gebracht op het bedrag van de uitkering, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt dat die inkomsten, dan wel een gedeelte daarvan geen verband houden met verhoogde werkzaamheid en geen verband houden met het ontslag.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf aangevangen gedurende de vakantie, het verlof of de non-activiteit onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de uitkering is toegekend.

3 Inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het eerste lid die geacht worden op één maand betrekking te hebben of daarop geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op de uitkering over die maand.

4 In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag van het eerste tot en met het derde lid ten gunste van de betrokkene afwijken.

Regeling
Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-11-2023
BWB-id
BWBR0012101
Versie
2023-11-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl