wetzoeker

Artikel 26 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Formele en overige bepalingen

1 De inspecteur stelt het bedrag van het volgens artikel 11 naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid en het bedrag van het volgens de artikelen 24a of 25ae naar een volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning en het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen worden op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.

2 Rechtsmiddelen tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend betrekking hebben op:

a. de grootte van het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning en van het over te brengen bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen, voorzover niet eerder vastgesteld, en

b. de toepassing van artikel 28a.

3 Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens artikel 11, eerste lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht en het bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat volgens de artikelen 24a, eerste lid, of 25ae, eerste lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht, kunnen worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien:

a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren;

b. de inspecteur een navorderingsaanslag vaststelt;

c. de inspecteur een beschikking herziet waarin het bedrag van een verlies wordt vastgesteld;

d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands inkomen uit werk en woning dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren;

e. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren.

4 In afwijking in zoverre van artikel 11, eerste lid, tweede volzin, onderscheidenlijk de artikelen 24a, eerste lid, derde zin, of 25ae, eerste lid, derde zin, wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning, onderscheidenlijk het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.

Regeling
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
Afkortingen
Bvdb, Bvdb 2001
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0012095
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl