wetzoeker

Artikel 3a Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden

1 Nazorgfondsen mogen, in afwijking van artikel 3, gelden uitzetten in de vorm van beleggingen in aandelen die genoteerd zijn aan een van overheidswege toegelaten effectenbeurs en in onroerend goedfondsen die genoteerd zijn aan een van overheidswege toegelaten effectenbeurs, mits zeker wordt gesteld dat de hoofdsom, gecorrigeerd voor inflatie, ten minste aan het einde van dertig jaar intact is door middel van:

a. vastrentende waarden, uitgegeven door een instelling die voldoet aan artikel 2, of

b. overige uitzettingen tegen rente bij een instelling die voldoet aan artikel 2.

2 Voor de bepaling van het gedeelte van de portefeuille dat aangehouden moet worden in de vorm van uitzettingen als bedoeld in het eerste lid onder a en b, geldt een nominale rekenrente van 5% en een inflatiecorrectie van 2%.

Regeling
Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-12-2014
BWB-id
BWBR0012076
Versie
2014-12-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl