wetzoeker

Artikel 11e Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001

Heffingsgrondslag bij werk en woning (Hoofdstuk 3 van de wet)

1 Gedurende ten hoogste de eerste drie jaar waarin de belastingplichtige anders dan als werknemer deelneemt aan een pensioenregeling op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet op het notarisambt of de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt met pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de wet gelijkgesteld: een schatting van de belastingplichtige van zijn pensioengevend inkomen in het betreffende jaar van deelname.

2 Ingeval de belastingplichtige ter zake van de schatting, bedoeld in het eerste lid, te kwader trouw is, is het eerste lid niet van toepassing en wordt het pensioengevend inkomen gesteld op de in het dienstjaar genoten winst uit onderneming vóór toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en vóór de ondernemersaftrek en vermeerderd met de ten laste van de winst gebrachte premies uit hoofde van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, waarbij het pensioengevend inkomen ten minste wordt gesteld op nihil. Artikel 3.95, eerste lid, tweede volzin, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Afkortingen
UBIB 2001, Uitv besl IB 2001
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0012066
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl