Artikel 1 (deel 1) Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001
Als energie-investeringen als bedoeld in artikel 3.42, tweede lid, van de wet worden aangemerkt:
A. Investeringen ten behoeve van energiebesparing in of bij bedrijfsgebouwen
Technische voorzieningen ten behoeve van energiebesparing in of bij bedrijfsgebouwen, door:
1. De verbetering van de energie-efficiëntie door:
1.1.A. Toepassing van automatische meet- en regelapparatuur.
1.1.B.
1. Besparingssysteem voor het verminderen van het energiegebruik van klimaatinstallaties in of bij bestaande bedrijfsgebouwen door het toepassen van een (individueel) instelbare ruimteregelaar voor het schakelen, afhankelijk van automatische aan- of afwezigheidsdetectie, en bestaande uit: individuele ruimteregelaar met (bewegings)sensor, (eventueel) regelunit, (eventueel) individuele ruimte regelklep.
2. Hierbij geldt dat het maximumbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 1.000 per ruimteregelaar bedraagt.
1.2.A. Toepassing van efficiëntere apparatuur.
1.2.B.
1. Warmtepomp voor het verwarmen van bestaande bedrijfsgebouwen of het collectief verwarmen van bestaande woningen, en bestaande uit:
a. elektrisch gedreven warmtepomp op basis van een gesloten (bodem)bron met een seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming SCOP ≥ 5,2, (eventueel) bodemwarmtewisselaar of grondwaterbron, (eventueel) restwarmteopslagvat, (eventueel) aansluiting op het afgiftenet, (eventueel) afgiftenet, (eventueel) (ijs)buffer, (eventueel) noodzakelijke aanpassing van de bestaande elektriciteitsaansluiting; of
b. elektrisch gedreven warmtepomp op basis van een open (bodem)bron met een seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming SCOP ≥ 6,2, (eventueel) grondwaterbron, (eventueel) (ijs)buffer, (eventueel) restwarmteopslagvat, (eventueel) aansluiting op het afgiftenet, (eventueel) afgiftenet, (eventueel) noodzakelijke aanpassing van de bestaande elektriciteitsaansluiting.
2. Hierbij geldt dat:
• het maximum investeringsbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 2.250 bedraagt per geïnstalleerde kWth van het nominaal thermisch vermogen van het systeem. Onder het nominaal vermogen wordt verstaan: het thermisch verwarmingsvermogen waarop de SCOP is gebaseerd, waarbij het nominaal vermogen overeenkomt met Prated; en
• de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) wordt gemeten bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en
• onder een afgiftenet wordt verstaan: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmte- of koudeafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker; en
• warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking; en
• luchtkanalen niet in aanmerking komen.
1.2.C.
1. Warmtepomp voor het verwarmen van bedrijfsgebouwen of het collectief verwarmen van woningen, en bestaande uit: elektrisch gedreven warmtepomp voorzien van een halogeenvrij koudemiddel op basis van een open- of gesloten (bodem)bron met een seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming SCOP ≥ 4,5, (eventueel) grondwaterbron, (eventueel) (ijs)buffer, (eventueel) restwarmteopslagvat, (eventueel) aansluiting op het afgiftenet, (eventueel) afgiftenet, (eventueel) noodzakelijke aanpassing van de bestaande elektriciteitsaansluiting;
2. Hierbij geldt dat:
• het maximumbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 3.000 per geïnstalleerde kWth van het thermisch vermogen van het systeem bedraagt. Onder het nominaal vermogen wordt verstaan: het thermisch verwarmingsvermogen waarop de SCOP is gebaseerd, waarbij het nominaal vermogen overeenkomt met Prated; en
• de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) gemeten wordt bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en
• warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking; en
• luchtkanalen niet in aanmerking komen.
1.2.D.
1. Warmtepomp voor het verwarmen van bestaande bedrijfsgebouwen of het collectief verwarmen van bestaande woningen, en bestaande uit: lucht/water warmtepomp met een SCOP ≥ 4,0 voor de buitenunit voorzien van halogeenvrij koudemiddel, (eventueel) restwarmteopslagvat, (eventueel) aansluiting op het afgiftenet, (eventueel) afgiftenet, (eventueel) noodzakelijke aanpassing van de bestaande elektriciteitsaansluiting;
2. Hierbij geldt dat:
• het maximumbedrag dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 2.000 per geïnstalleerde kWth van het nominaal thermisch verwarmingsvermogen van de buitenunit bedraagt; en
• de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) gemeten wordt bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie LT(35°C), conform NEN-EN 14825:2022; en
• onder een afgiftenet wordt verstaan: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmte- of koudeafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker; en
• warmtepompen die geplaatst worden in woningen niet voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen. Indien centraal opgestelde warmtepompen worden gebruikt voor verwarming van woningen of andere gebouwen komen deze wel in aanmerking.
1.2.E.
1. Warmtepomp voor het verwarmen van bestaande bedrijfsgebouwen en bestaande uit: lucht/lucht warmtepomp conform Lot 21 van Verordening (EU) 2016/2281 met een nominaal thermisch vermogen >12 kW een SCOP ≥ 4,0 voor de buitenunit (eventueel) noodzakelijke aanpassing van de bestaande elektriciteitsaansluiting;
2. Hierbij geldt dat:
• het maximumbedrag voor de warmtepomp inclusief afgiftenet dat voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komt € 1.400 per geïnstalleerde kWth van het nominaal thermisch vermogen van de buitenunit bedraagt; en
• de seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming (SCOP) wordt gemeten bij stookseizoen ‘A’ = average, onder conditie A7-A20, conform NEN-EN 14825:2022; en
• onder het nominaal thermisch vermogen wordt het verwarmingsvermogen ‘Prated heating’ bedoeld; en
• onder een afgiftenet wordt verstaan: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmte- of koudeafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker; en
• lucht/lucht warmtepompen bedoeld voor het (collectief) verwarmen van woningen komen niet in aanmerking.
1.2.F. Warmtepompboiler voor de verwarming van tapwater in bedrijfsgebouwen of het collectief verwarmen van tapwater voor woningen, en bestaande uit elektrisch gedreven warmtepompboiler voorzien van een halogeenvrij koudemiddel met een COP ≥ 3,0, opslagvat, (eventueel) bodemwarmtewisselaar of grondwaterbron.
1.2.G. HR-pomp voor klimaatinstallaties in bedrijfsgebouwen, en bestaande uit:
a. stand-alone natloper-circulatiepomp tot 2.500 Watt, met een geïntegreerde toerenregeling, met een EEI < 0,23 gemeten conform de methode zoals weergegeven in bijlage II van de Verordening (EG) Nr 641/2009 van de Commissie van 22 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor stand-alone natloper-circulatiepompen en in producten ingebouwde natloper-circulatiepompen; of
b. stand-alone inline droogloper circulatiepomp voorzien van een elektromotor met een nominaal vermogen kleiner dan 75kW die voldoet aan de IE5 efficiency-klasse gemeten conform NEN-EN-IEC 60034-30-1:2014 of NEN-EN-IEC 60034-30-2:2021.
1.2.H.
1. Energieprestatieverbetering van liften in bestaande liftschachten, en bestaande uit een pakket aan energiezuinige maatregelen waardoor een lift gaat voldoen aan de energieprestatie-eisen van energielabel A van NEN-EN-ISO 25745-2:2015 (Cor. 2016-03).
2. Hierbij geldt dat:
- Regeling
- Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0012054
- Versie
- 2026-01-01_0