wetzoeker

Artikel 29a Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)

1 Een aangewezen fonds overlegt binnen vier maanden na afloop van ieder boekjaar aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de waarde in het economische verkeer aan het einde van het boekjaar.

2 Ingeval het fonds is aangewezen met een aanloopperiode, verstrekt het fonds onmiddellijk na afloop van die periode aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de actuele waarde in het economische verkeer.

3 Ingeval het fonds is aangewezen met een ingroeiperiode, verstrekt het fonds in die periode elk half jaar aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de actuele waarde in het economische verkeer.

4 Indien een fonds indirect een krediet verstrekt ten behoeve van een project, blijkt uit de administratie van de inlenende rechtspersoon ten behoeve van welk project het krediet is verstrekt.

5 Indien een fonds een krediet verstrekt ten behoeve van een project door tussenkomst van een ander fonds, elimineert het inlenende fonds het kredietbedrag uit het overzicht van zijn bezittingen en schulden, bedoeld in het eerste lid.

6 Indien een aangewezen fonds niet meer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing, doet het fonds daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de inspecteur.

Regeling
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Afkortingen
Uitv reg IB 2001
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-01-2026
BWB-id
BWBR0012031
Versie
2026-01-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl