wetzoeker

Artikel 13a Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Heffingsgrondslag bij werk en woning (hoofdstuk 3 van de wet)

1 Aan de in artikel 3.63, vierde lid en vijfde lid, van de wet bedoelde termijn van 36 maanden wordt geacht te zijn voldaan indien zich na het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid.

2 Het eerste lid is van toepassing indien de belastingplichtige:

a. door ziekte of gebreken gedurende ten minste één jaar niet in staat is, of vermoedelijk niet in staat zal zijn, om ten minste 55% te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde personen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen;

b. in staat van faillissement wordt verklaard;

c. surséance van betaling heeft aangevraagd;

d. onder curatele wordt gesteld;

e. vóór het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking met degene die de onderneming gaat voortzetten nog wel, maar vanaf enig moment daarna niet meer kan kiezen voor kwalificatie als partner van de voortzetter, of

f. overlijdt en de onderneming spoedig daarna aan de in artikel 3.63, vierde lid respectievelijk vijfde lid, van de wet, bedoelde voortzetter wordt overgedragen.

Regeling
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Afkortingen
Uitv reg IB 2001
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-01-2026
BWB-id
BWBR0012031
Versie
2026-01-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl