wetzoeker

Klachtregeling deelnemersraden

Besluit van de Verzekeringskamer van 19 december 2000, nr. 3.241/2000-5767, tot uitvoering van artikel 6d, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, houdende regels voor het indienen van een klacht door de deelnemersraad als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 6a van de Pensioen- en spaarfondsenwet, of door een gedeelte van ten minste 10% van de leden van die deelnemersraad (Klachtregeling deelnemersraden)

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
23-12-2000
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Contracten, schade en aansprakelijkheid, Pensioenrecht, Verzekeringsrecht
Ministerie
Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer
BWB-id
BWBR0012027
Versie
2000-12-23_0
SHA-256 bron
c2753ef74a27a9d899b5b9c276e45f807f4c22c9c4248090163563962141586c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

De klacht wordt schriftelijk ingediend bij de Verzekeringskamer, Postbus 929, 7301 BD Apeldoorn. Boven de klacht wordt vermeld 'klacht van de deelnemersraad (ingevolge artikel 6d, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet)' dan wel 'klacht van een gedeelte van de deelnemersraad (ingevolge artikel 6d, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet)'.

Artikel 2

De klacht behelst de volgende gegevens:

a) het woon- en kantooradres van de vertegenwoordigers die de deelnemersraad respectievelijk een gedeelte van de deelnemersraad, ter zake van de klacht heeft aangewezen;

b) de datum waarop het bevoegde orgaan van het pensioenfonds heeft meegedeeld dat het advies van de deelnemersraad niet of niet geheel wordt gevolgd;

c) de datum waarop de klacht wordt ingediend;

d) de naam en het adres van het bevoegde orgaan van het pensioenfonds dat de klacht aangaat;

e) de mededeling dat binnen de in artikel 6c, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bedoelde termijn geen beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam is ingesteld.

Artikel 3

Bij de klacht worden de volgende stukken meegezonden:

a) stukken, waaruit blijkt dat de klacht door ten minste 10% van de leden van de deelnemersraad wordt ingediend;

b) stukken, waaruit blijkt op welke besluiten dan wel voorgenomen besluiten van het daartoe bevoegde orgaan van het pensioenfonds de klacht betrekking heeft;

c) een afschrift van het advies van de deelnemersraad aan het pensioenfonds;

d) een afschrift van de mededeling van het bevoegde orgaan van het pensioenfonds aan de deelnemersraad dat het advies niet of niet geheel wordt opgevolgd.

Artikel 4

De klacht wordt gemotiveerd.

Artikel 5

Het besluit van de Verzekeringskamer van 28 februari 1990, tot uitvoering van artikel 6c, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet houdende regels voor het indienen van een klacht door de deelnemersraad, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 6a van de Pensioen- en spaarfondsenwet (Stcrt. 1990, 108), wordt ingetrokken.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtregeling deelnemersraden.