wetzoeker

Artikel 3 Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie

De aanvullende uitkering bij werkloosheid

1 De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een WW-uitkering, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan de dag waarop het ontslag in werking treedt.

2 Op de aanvullende uitkering zijn de artikelen 22 tot en met 33, 36 tot en met 40, 47, tweede en derde lid, 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing.

3 De artikelen 34, 35a en 35aa van de Werkloosheidswet zijn slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen.

Regeling
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2025
BWB-id
BWBR0012022
Versie
2025-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl